Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gregorius VII te Salerno, ver van Rome in de verbanning, gelijk hij op zijnor doodbed zeide, omdat hij de gerechtigheid bemind en het onrecht gehaat had." Zoo zullen ongetwijfeld weinigen oordeelen. Dat hij een man van buitengewone gaven was, zal niemand ontkennen. Zijn scherpzinnigheid, zijn vastberadenheid, zijn welsprekendheid, zijn consequentie, de vlekkeloosheid van zijn wandel wekken noe onze bewondering. Hu was zoo geheel de drager van het denk¬

beeld der kerkelijke hiërarchie geworden, dat hij er geheel door beheerscht werd; zijn op de spits gedreven fanatisme maakte hem blind niet alleen voor de eischen der historische ontwikkeling van kerk, staat en maatschappij, maar zelfs voor de eischen der Christelijke moraal. Door hem is de strijd tussclien Kerk en Staat met zulk een verbittering gestreden, dat de verzoening voor jaren was uitgesloten. Door zijn heftigheid zaaide hij haat tegen de Kerk, waar verzoening in de eerste plaats noodig was. Maar vooral, Gregorius VII heeft dooide Kerk tot opperste wereldlijke macht te willen maken, er het meest toe bijgedragen haar hoe langer hoe meer in strijd met haar eigenlijke roeping te verwereldlijken. Voor deze fout heeft zij later zwaar geboet; na een schitterende machtsperiode is een smadelijk verval gevolgd.

Dat zagen destijds reeds vele warme aanhangers van Cluny in, die slechts van een geestelijke wereldheerschappij iets wilden weten. Aan hen was het toe te schrijven, dat eerst na een jaar de gematigde, verzoeningsgezinde Victor III op den Pauselijken stoel werd verheven. Maar de strijd was te verbitterd geweest, dan dat een vredewoord nog gehoor zou kunnen vinden. Zoo kon Victor III weinig uitrichten; het is geen wonder, dat na zijn dood een geestverwant van Gregorius, Urbanus II,

J 1 Ul /\nlr fnu /I n 4"

Koenraad, zoon van Hendrik IV.

Miniatuur in een handschrift der Vaticaansche bibliotheek te Rome.

WtJlU VtJiHUZeil. WU1S. IIICI UiCCIi ovuioi, uai

twee hetzelfde doen, het daarom nog niet hetzelfde is. Urbanus was meer diplomaat dan despoot, meer geneigd langs omwegen dan langs den koninklijken weg zijn doel te bereiken; zijn geheele pontificaat is een met goed geluk bekroonde, maar zonder ergernis te verwekken consequent doorgevoerde poging om den Keizer achtereenvolgens van al zijn bondgenooten te berooven en hem zoo een jammerlijk uiteinde te bereiden.

In Duitschland woedde nog steeds de burgeroorlog; Herman van Salm vond nog steeds aanhangers, die het rijk aan alle zijden brandschatten. De

egorius Vil 25 Mei 1085.

Victor 111,

1086-1087.

Jrbanus II,

1087-1009.

Sluiten