Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderhandelingen van Keizer en

Paus.

• |

Concordaat van Worms 23 Sept. 1122

uit Italië teruggekeerd en had Duitschland in hopeloozen burgeroorlog gevonden. Door zijn energie was hg den toestand echter spoedig meester. Allen wenschten den vrede; de burgeroorlog had zich zelf vernietigd. In 1119 werd op den Rijksdag te Tribur een nieuwe rijksvrede afgekondigd. Daar verschenen ook gezanten van den Paus om over den vrede te onderhandelen. Maar zoover kwam het nog niet. Alleen verklaarde Hendrik zich bereid van de investituur der bisschoppen af te zien, mits deze niet aan den Paus onderworpen werden. Calixtus riep daarop in hetzelfde jaar een concilie te Reims bijeen. Daar werden alle Gregoriaansche hervormingen nogmaals vastgesteld en uitgebreid; alleen over de investituur kwam men niet tot overeenstemming. Zoo bleef de weg tot een overeenkomst met den Keizer geopend. Dat de vrede niet spoedig daarna gesloten werd, is te wijten aan nieuw verzet tegen den Keizer in Duitschland. Maar reeds in 1121 werd daar de vrede hersteld. Van beide zijden werden twaalf vorsten van volmacht voorzien om niet alleen den vrede in het rijk te handhaven, maar ook dien tusschen Keizer en Paus te herstellen.

Men was den strijd hartelijk moede. Daaruit laat het zich verklaren, dat er zoo spoedig overeenstemming is verkregen. In October 1121 werden op den Rijksdag te Würzburg de voorstellen der bovengenoemde vierentwintig vorsten aangenomen. In hoofdzaak stelden zij den rijksvrede vast, bepaalden, dat de rechten van het Rijk tegenover den Paus gehandhaafd zouden blijven, maar dat ook aan diens aanspraken niet te kort zou worden gedaan. De rechten des Keizers en der vorsten werden scherper geformuleerd. Onmiddellijk daarna werd een gezantschap naar den Paus gezonden om hem met het beslotene in kennis te stellen. Calixtus riep een concilie te Worms bijeen, waar te gelijker tijd een Rijksdag vergaderde; de Keizer zelf leidde de onderhandelingen. Het was duidelijk, dat een compromis moest worden gesloten, en hoe dat er uit zou zien, was reeds bekend. Onder de vrij uitgebreide pamflettenliteratuur — als men ze zoo mag noemen —, die aan den strijd tusschen Keizer en Paus het aanzijn dankte, is een der opmerkelijkste de brief, dien bisschop Wido van Chartres in 1097 tot den aartsbisschop van Lyon richtte. Hij wees er op, dat een bisschop zoowel geestelijk als wereldlijk vorst was, zoodat zijn investituur niet uitsluitend aan Keizer of Paus, maar aan beiden toekwam. Natuurlijk moest de Kerk den bisschop als kerkelijk herder benoemen, maar daar hij als zoodanig ook staatsrechterlijke functiën uitoefende, moest en kon ook alleen de Koning hem met die rechten beleenen. Op dezen 'grondslag werd dan den 239ten September 1122 het beroemde concordaat van Worms gesloten. De Duitsche bisschoppen zouden in het vervolg in tegenwoordigheid van den Koning of van 's Konings gevolmachtigde vrij naar canonieke regels worden gekozen, vervolgens den schepter van den Koning ontvangen, hem daarvoor den leeneed doen en eerst dan worden gewijd. Alleen in den Kerkelijken Staat verkreeg de Paus de investituur; daarmede

Sluiten