Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorsten begunstigden het; dochterhuizen ontstonden in vele landen van Europa in verbinding met het moederhuis te Jeruzalem; vele vrome mannen wijdden zich aan de edele taak van herberging van vreemdelingen en verpleging van zieken. In 1118 vereenigde de overste Raimund Dupuis de broeders tot een vast aaneengesloten orde naar het voorbeeld der Tempeliers; ook zij legden behalve de drie monniksgeloften die van strijd tegen de Mohammedanen af, zonder dat evenwel het oorspronkelijk doel der orde uit het oog werd verloren. Beide orden hebben het koninkrijk Jeruzalem groote diensten bewezen; het witte kruis der Johannieters en het roode der Tempeliers werden de schrik der Saracenen.

Boudewijn II stierf in 1131. De gemaal zijner oudste dochter, Fulko van Anjou, volgde hem op. Hij was een dapper, vastberaden man, voorzichtig en ervaren, vroom en mild. Ook in Antiochië nam hij de regeering waar. Maar in dezen tijd trad een machtig vijand tegen de Christenen op, Imadeddin Zenki, atabeke (stadhouder) van Mosoel, een energiek man, een uitnemend veldheer en een beleidvol regent. Sedert 1127 had hij zijn gebied steeds uitgebreid. In 1128 bezette hij Aleppo, in 1129 Damascus. Ook Fulko was niet tegen hem opgewassen; in 1137 werd hij volledig bij Barin verslagen. Maar Fulko herstelde zich; aan de grenzen werden versterkingen aangelegd; de wegen werden gestreng bewaakt; steden ontstonden; landbouw, nijverheid en handel ontwikkelden zich belangrijk; welvaart heerschte overal. Te Jeruzalem en Antiochië werd schitterend hof gehouden, waar ridders en edel vrouwen elkander verdrongen. Het Christelijk Syrië werd een Europeesche, of liever Fransche kolonie. Het was ook onder Koning Fulko, dat het beroemde rechtboek van het koninkrijk Jeruzalem — les assises de Jérusalem — werd uitgevaardigd. Toch was het bestaan van het koninkrijk nog zeer precair. Fulko had een nog gevaarlijker tegenstander dan Imadeddin Zenki in Keizer Johannes. In 1137 veroverde deze geheel Cilicië en dwong Antiochië hem als leenheer te huldigen. In 1143 verscheen hij weer in het veld, om deze stad te heroveren. Zoo ver is het niet gekomen. In Cilicië is Keizer Johannes den 8sten April 1143 gestorven.

Veel minder succes had Johannes in het Westen gehad. Wel zocht hij in 1136 toenadering tot Lotharius, natuurlijk met het oog op Italië, waar Koning Roger en Venetië beider vijanden waren. Maar de winnende hand was die van Lotharius. Deze nam een hooge positie in. Tegenover de Kerk hernam hij zijn onafhankelijkheid. Zijn tweede tocht naar Rome bedoelde niet meer de herstelling van Innocentius II, maar de hernieuwing van het Keizerlijk gezag, de bestrijding van de Normandische macht. In Augustus 1136

trok de Keizer de Alpen over; zoowel Hendrik de Trotsche als Koenraad

%

van Hohenstaufen vergezelden hem. Hij vond hier weinig verzet; als Keizer besliste hij hier scheidsrechterlijk verschillende geschillen tusschen de steden onderling. Met Venetië, dat bevreesd voor zijn macht begon te worden, sloot

A** 89

^ lV

Fulko, 1131-1142.

Imadeddin Zenki.

Lotharius in

Italië, 1136-1137.

Sluiten