is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fatimidische Khalief Aladhid. Hij kreeg geen opvolger, maar zijn grootvizier Salaheddin, door de Westerlingen Saladin genoemd, volgde hem op; hij lieerschte onder de leenhoogheid van Noereddin. Zoo waien Egypte en SyiiC onder één hoofd vereenigd; de Christenstaten moesten daarvan het slachtoffer worden en onder dien druk bezwijken. Amalrik zag dat in; hij zond in 1169 een gezantschap naar het Westen. Maar hier was natuurlijk niets te verwachten; wel was Alexander III genegen een nieuwen kruistocht uit te schrijven, maai juist daarom was de Keizer er tegen. Bovendien waren Engeland en Frankrijk met elkander in strijd. De eenige, van wien Amalrik hulp verkreeg, was Keizer Manuel. Inziende, dat in Frederik Barbarossa een Keizer was opgestaan, in staat en geneigd hem de eerste plaats te betwisten, bestreed hij dezen van den aanvang af. Hij erkende Alexander III; hij knoopte nauwe verbindingen aan met de Italiaansche steden. Venetië ontving ruime subsidiën en nam zelfs een Grieksche bezetting in. Manuel was zelfs bereid den Paus

Zegel van Koning Amalrik.

Einde der Fatiniiden.

Saladin, 1171-1193.

als hoofd der Christenheid te erkennen. Maar hier stiet de Keizer bij de geestelijkheid natuurlijk op energieken tegenstand.

Niettegenstaande deze nederlaag was Manuel in de oogen zijner tijdge-] nooten de machtige Keizer, zelfs eenigermate nog de heer der wereld. Het Byzantijnsche rijk maakte nog een grootschen indruk en stond dan ook als de wettige erfgename van Rome altijd nog aan de spits der Christelijke beschaving. Financieel was het de grootste macht van den aardbol: geen vorst kon over zulke enorme inkomsten beschikken; een groot deel van de macht en den invloed der Komnenen berustte daarop. Geen land werd zoo goed geadministreerd; nergens vond men zulke trotsche openbare wei ken; geen voist beschikte over zulk een goed uitgerust leger en vloot. Door handel en nijverheid waren de Grieken welvarend, zelfs rijk. De landbouw werd met zorg gedreven. Byzantium en Thessalonika waren met de Italiaansche de belangrijkste handelssteden der wereld. Kunst en kunstnijverheid bloeiden nog steeds, vooral de zijde-industrie stond op hoogen trap. Daarnaast beleefde de wetenschap

Byzantijnsche beschaving.