Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Val van Daiuiate, 1221

Gregorius IX

1227-1211.

Vijfde kruis tocht,

1228-1229.

den kruisvaarders vrijen aftocht schonk, maar met ontruiming van Damiate. Zoo ging al het verkregene weer te loor.

De tijding van den val van Damiate verwekte in Europa groote ontroering. Paus Honorius drong sterker dan ooit bij den Keizer aan op inlossing zijner gelofte. Maar even hardnekkig trachtte Fredcrik zich ondei alleilei voorwendsels aan den kruistocht te onttrekken. In Maart 1223 verbond hij zich eindelijk om binnen twee jaren te gaan. Maar reeds toen was het duidelijk, dat hij iets geheel anders bedoelde dan de Paus. Hij huwde Jolantha, de dochter van Jan van Brienne, en verkreeg daardoor aanspraken op Jeruzalem. In 1225 hernieuwde hij zijn gelofte. In schijn om den kruistocht voor te

. _ • — -m •% Y

Gregorius IX.

Fresco in de kerk van S. Paolo fuoii le mura te Home.

bereiden, maar inderdaad om de .Lombardische steden nauwer aan zijn gezag te onderwerpen, riep hij in 1226 een rijksdag te Cremona bijeen. Maar hier weigerden de meeste te verschijnen; een bond tegen den Keizer omsloot weldra allen. Frederik vroeg op grond daarvan nogmaals uitstel, dat door Honorius III nogmaals werd verleend.

Maar deze stierf den 18den Maart 1227 en werd opgevolgd door een bloed- en geestverwant van Innocentius III, Gregorius IX. Hij was reeds hoogbejaard, maar met jeugdig vuur bezield om de rechten der Kerk uit te oefenen, een man van energiek doortasten, een gevaarlijk vijand voor Frederik. Gebiedend sommeerde de Paus den Keizer den kruistocht te ondernemen; te gelijk beval hij de Lombarden zich te onderwerpen. Zoo zag Frederik zich

genoodzaakt zich in September 1227 te Brindisi in te schepen. Maai ïeeds na weinige dagen dwong hem een hevige ziekte weer aan land te gaan. Nu vervulde de Paus eindelijk zijn bedreiging. Overtuigd of misschien voorwendende, dat de Keizer terugtrad, sprak hij den ban over hem uit en belegde iedere stad, waar hij zou vertoeven, met het interdict. De uitgestelde kruistocht was echter niets dan een voorwendsel; de ware reden was de hernieuwde groei van de Keizerlijke macht. Zoo begreep de Keizer het en zoo begrepen ook Italianen en Duitschers het; niettegenstaande het drijven der bedelmonniken bleef men Frederik getrouw. Maar deze begreep, dat hij den Paus in ieder geval het voorwendsel van den geweigerden kruistocht moest ontnemen, en scheepte zich in Juni 1228 nogmaals in.

Sluiten