Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

John Ball.

)

(

Wat Tyler, 1381.

I

1 j

! 1 I

i' '

i }

i

y

( (

der landbevolking in schelle kleuren wordt geschilderd. Schril steekt de sombere toon van dit gedicht af bij de opgeruimde vroolijkheid van de Canterbury Tales. Geen dichter heeft vóór hem het leven der armen dezer wereld zoo goed en zoo scherp gevat als Langland. Zijn gedicht is het sociale epos der 14<k' eeuw; het opent ons een wereld van ellende en hopeloos lijden; het verklaart de redelooze, maar begrijpelijke uitbarsting van 1381.

Deze uitbarsting moet allereerst worden toegeschreven aan de prediking van een priester in Kent, John Ball. Twintig jaren lang verkondigde hij van den preekstoel het evangelie der ellende en der ontevredenheid. Hij is in den letterlijken zin een socialist. Hij predikte de sociale gelijkheid van alle menschen. Hij zocht naar de oorzaak van de ongelijkheid en vond er geen. Hij formuleerde zijn leer in het bekende versje: Toen Adam spitte en Eva span, waar was toen de edelman? Geen wonder, dat zulke theorieën in een tijd van sociale ellende gretig werden ontvangen. Een oogenblik was de uitbarsting nog uitgesteld door den dood van Eduard III. Van de nieuwe regeering, geleid door Jan van Gent, den beschermer van Wyclif, verwachtte men alles goeds. Maar weldra volgde de teleurstelling. Het Parlement, krachtens zijn oorsprong de vertegenwoordiging der bezittende klassen, nam nieuwe maatregelen tegen de vrije arbeiders. Daarbij kwam, dat in 1380 een nieuwe, zeer zware oorlogsbelasting werd geheven. Zoo wordt de uitbarsting voldoende verklaard. In het voorjaar van 1381 riep John Ball zijn getrouwen door het geheele land op. Overal stelden handwerkslieden zich aan het hoofd van gewapende benden. Zij formuleerden hun eischen en zonden manifesten door het land. Weldra waren Norfolk en Suffolk, Cambridgeshire en Hertfordshire en al het land bezuiden de Theems in volslagen oproer. In Kent stelde de leidekker Wat Tyler zich aan het hoofd van 100,000 gewapende mannen. Hij trok in Juni op i^nden aan, waar allen verstijfd van schrik stonden voor deze ongewoon heftige uitbarsting. Weldra had Tyler Londen bereikt; het lagere volk liet onmiddellijk hen, die men als bevrijders begroette, binnen Je poorten. Moord en plundering woedden in de hoofdstad; edelen en geestelijken werden gedood, hun huizen geplunderd en verbrand. Toen heeft de moed van den jongen Koning — hij was slechts vijftien jaar oud — het oproer gekeerd. Hij reed uit den Tower de menigte te gemoet en vroeg, wat zij wenschte. Vrijheid was de algemeene kreet. Onmiddellijk stond Richard die toe. Een donderend gejuich begroette den Koning. Onmiddellijk werden brieven /an pardon en emancipatie uitgevaardigd; de groote menigte der mannen verstrooide zich. Maar den volgenden dag ontmoette de Koning Wat Tyler in de zijnen bij Smithfield. Het kwam tusschen hen tot een gesprek, tot een voordentwist; heftig viel de volksleider uit; men maakte een beweging om len Koning te beschermen. Er ontstond daardoor een worsteling, waarin Tyler verd gedood. Het volk vloog te wapen. Nogmaals redde Richard zich door ;en snelberaden woord. „Ik ben uw Koning; volg mij!" En waarlijk, met den

Sluiten