Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijkheid groote voorrechten, waartegen zij op hun beurt weer belangrijke concessiën van de Kerk ten behoeve der Koninklijke macht wisten te verwerven. Zij begunstigden evenals de Capets, hun voorouders, de burgerij, om ook hier steun voor hun kroon te vinden. Ook in Hongarije namen de steden zoowel economisch als politiek zeer in kracht en invloed toe. Voor de materiëele welvaart des lands werd uitnemend gezorgd; de veiligheid van wegen en stroomen werd verzekerd. De financiën werden zuinig beheerd; de munt werd op vasten voet gebracht. Zoo werd de Koning onafhankelijk van de stenden; voor deze kwam de kroonraad in de plaats. De ontwikkeling van Hongarije onder Karei Robert en zijn zoon Lodewijk den Groote kan bij die van Polen onder Kasimir den Groote worden vergeleken. Ook hier bloeiden kunsten en wetenschappen; ook hier werden paleizen en kerken gebouwd; ook hier werd te Fünfkirchen een Universiteit opgericht. Het hof van Lodewijk was een deischitterendste van Europa.

Lodewijk de Groote volgde in 1370 ook in Polen op. Maar zijn regeering was geen voortzetting van die van Kasimir. Lodewijk beschouwde en behandelde Polen slechts als een aanhangsel van Hongarije en deed weinig meer dan Polens inkomsten ten bate van Hongarije aan te wenden. Vandaar dat de ontevredenheid hand over hand toenam en de Koning alleen door zeer ruime concessiën aan den adel zijn kroon kon behouden. Bijna alle resultaten van Kasimirs regeering gingen weer verloren; in den tijd van dezen Koning, klaagt een Poolsche kroniek, heerschte in Polen geen recht meer. Gelukkig stierf hij reeds in 1382. Maar een betere tijd kwam voorloopig nog niet; overal, zoowel in Hongarije als in Polen, heerschte de schromelijkste verwarring. In Hongarije werd de troon het eerst bezet. Daar proclameerde men onder de noodige beperkingen van de Koningsmacht in 1382 Lodewijks oudste dochter Maria en haar gemaal Sigismund van Luxemburg, den jongsten broeder van Koning Wenzel, tot Koning en Koningin. Sigismund aanvaardde het bestuur over een rijk, dat verre van algemeen geneigd was hem te erkennen, nog minder hem een uitgebreide bevoegdheid toe te kennen. De Hongaarsche adel wenschte de macht in handen te houden, maar gunde die evenmin aan iemand van zijn standgenooten als aan den Koning. Vandaar dat, terwijl Sigismund niet tot de geregelde uitoefening van zijn Koningsmacht kon geraken, de magnaten voortdurend met elkander streden over hun privilegiën en invloed. Het werd een wilde anarchie, waaraan de Koning tevergeefs beproefde een einde te maken. Dat was te bedenkelijker in een tijd, toen in het Zuidoosten van Europa een nieuw gevaar niet alleen voor Hongarije, maar voor geheel Europa opkwam. Wij bedoelen de Osmanen. Het kan Sigismund tot eer worden gerekend, dat hij toonde oog voor dat gevaar te hebben, meer nog, dat hij den ernstigen wil toonde het te bestrijden. Maar om tot deze gebeurtenissen te komen, moeten wij evenwel meer dan een eeuw teruggaan.

Keizer Michael VIII Palaeologos had het Grieksche rijk door de her-

Lodewijk de

Groote, 1342-1382.

In Polen,

1370-1382.

Maria en Sigismund, 1382-1437.

Michael VIII, 1201-1282.

Sluiten