Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B\j het stelling-kiezen weet hy acht te geven op winden en stroomen, de loef van den vijand te krijgen, zijne onderhoorigen met seinen in hunne orde te houden, gevaren te voorzien, te voorkomen of af te wenden, krijgskunsten uit te vinden om den vijand afbreuk te doen. Meesterlijk zijne schepen in slagorde scharend, belet hij het inbreken van den vijand; ontdekt een zwakke plek in diens slagorde, waar hij zelf of, op zijn last, een ander kan inbreken; snijdt achtergebleven schepen van den vijand af, vernielt ze door branders of boort ze in den grond. Raakt een zijner schepen te diep onder den vijand, hij ziet het en gaat het ontzetten. Als het spant, springt hij zelf in een sloep om een brander aan te voeren. Een enkelen keer slechts zien wij hem den moed opgeven. "Wanneer in den vierdaagschen zeeslag Cornelis Tromp, driftig een Engelsch eskader najagend, zijn plicht jegens de Ruiter verzuimt en hem alleen laat tegen een overmacht; wanneer talrijke Engelsche oorlogsbodems in een halve maan om zijn achttal schepen heen liggen, de kogels om hem hagelen en zijn zeilen aan flarden schieten, de volle lagen zijn schip doornagelen — dan barst hij een oogenblik uit: ,,0 God, hoe ben ik zoo ongelukkig! Is er nu onder zooveel duizende kogelen niet één kogel die mij wegneemt ?" Maar wien is De Ruiter er niet liever om, dat hij hier toont ook maar een mensch te zijn ?

Zulke oogenblikken van moedeloosheid waren echter zeldzaam. Doorgaans beheerscht hij zich. Hij beheerscht zich, niet slechts tusschen brandende schepen, onder het gedonder der volle lagen en het fluiten der kogels — daarvoor waren vooral sterke zenuwen noodig — maar ook wanneer Evertsen, misnoegd omdat men De Ruiter boven hem gesteld heeft, dezen met weinig ontzag bejegent; ook wanneer zijn dappere schoon-

Sluiten