is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepen den Eeinsmond binnen. Hoe verkeert op die tijding de droefheid in blijdschap! Dagen lang, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, komen uit steden en dorpen, mannen en vrouwen bij duizenden naar de vloot gevaren en aan boord van De Ruiter's schip, vanwaar de veroverde Engelsche vlaggen wapperen. Gelukkig acht zich, wie hem naderen mag. Deftige vrouwen vallen hem om den hals en kussen hem alsof hun een vader of een broeder uit doodsgevaar was hergeven. De verslagenheid strijkt weg van de harten; het volk schept nieuwen moed.

Wie by zijn leven zóó werd bemind en geëerd, hoe moest die niet betreurd worden na zyn dood!

Toen dat trouwe hart had opgehouden te slaan met zyn altyd rustigen slag, welk een rouw zag men toen in de Nederlanden, welk een deelneming daarbuiten. Vreemde koningen en vorsten, de Prins van Oranje, de Staten-Generaal en de Staten van Holland, de Admiraliteits-Gollegiën en de Raad van Amsterdam kwamen door afgevaardigden of schriftelyk aan de weduwe hunne deelneming betuigen. Het gansche volk nam deel in de droefheid die nu heerschte in het stille huis aan den Buitenkant. Nu eerst gevoelde men ten volle, wat deze man was geweest, wat deze held had gedaan. Zyne meesters, de Staten van Holland, beseften, dat deze hun dienaar niet begraven mocht worden als een gewoon burger door de zijnen; dat de bezorging zyner uitvaart een plicht was van den Staat, dien hy zoo menigmaal in zyn onafhankelyk bestaan had gehandhaafd. „Een honorabele begrafenis" zou door den Staat bekostigd worden, een praalgraf „tot een eeuwige memorie van zyne vrome daden strekken."

Nog toefde het gebalsemd lyk in verre gewesten; maar al meer en meer naderde, telkens opgehouden