Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone menschen toch al om benauwd onder te worden.

Hoe steekt De Ruiter's zachtheid af by onze teergevoeligheid die zoo licht overgevoelig wordt; zijn zelfbeheersching en bescheidenheid bij het met-zichzelf-vervuld-zijn onzer hedendaagsche zelfbespiegelaars, die, ook wanneer zy wanen bescheiden te zyn, zulk een kinderlijke aanmatiging aan den dag leggen; zyn ontzag voor de boven hem gestelde machten by het hedendaagsch gemis aan ontzag.

Niet het minst scherp zeker is de tegenstelling, indien wij De Ruiter's verhouding tot zyn land en zyn volk in het oog vatten en daarna den blik richten naar onzen tijd. Een, vooral door het jonge geslacht zeker niet zonder recht gevierd, schrijver heeft eens gezegd: „Wy willen Holland hoog opstooten midden in de vaart der volken." Het is misschien niet overbodig, dik-en-dunners der „beweging van '80," die dezen zin bewonderen om zyn „geluid", te herinneren dat de Ruiter gedaan heeft wat hier maar gezegd wordt. Vroeger was Nederland g r o o t en De Ruiter was een der dragers van die grootheid; by niet weinige hedendaagsche, vooral jongere, Nederlanders is de door hen of huns-gelijken bedachte naam „GrootNederland al te zeer in trek. ') In beide gevallen toont het verleden daden, waar het heden woorden geeft.

Maar valt er dan in onzen tyd geen herleving van ons volk en ons nationaliteitsgevoel te zien? De opbloei eerst van onze schilderkunst, daarna van onze overige beeldende kunsten, van onze muziek,

') Dat men met dezen naam de gezamenlijke landen bedoelt waar Xederlandsch wordt gesproken, is mij bekend; desniettemin herken ik ook hier een vleugje van dien grootheidswaan die zich hier en daar te onzent vertoont.

Sluiten