Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijstonden en middelen verschaften om door zijnen arbeid te bestaan. Zijn gebergde zoon, Adriaan Michielszoon, tot zyn jaren gekomen, onthield zich ') te Vlissingen, en trouwde aldaar in den jare 1598 f met Alida Jans, die in 't volgende jaar, kort na 't baren van een dochter, overleed. In den jare 1601 is hij te Vlissingen ten tweeden male getrouwd met een maagd van denzelfden naam als zijn eerste vrouw, Alida Jans van Middelburg, die den bijnaam van De Ruiter voerde. Eenigen zeggen dat haar vader den Lande voor Ruiter had gediend, en dat ze dien naam daarvan ontleende. Doch zeker Deensch Geslachtrekenaar zocht onlangs te toonen, dat deze Alida Jans uit het oud en zeer edel geslacht van Reuther, < dat in Denemarken en andere Noordsche landen zyn verblyf had, was gesproten, en dat de L. Admiraal Marten Harpertszoon Tromp, nevens den Deenschen Admiraal Koert Adelaar, van moeders zyde uit den zelfden stam waren afgekomen. Maar van zyn gevoelen en den geslachtboom by hem opgesteld, is my geen bewys, hiertoe noodig, gebleken. Dies houd ik my aan dien anderen oorsprong, geloovende dat haar vader ruiter was geweest. Adriaan Michielszoon met haar in den echt getreden, voer eerst ter zee en werd daarna bierdrager te Vlissingen, die zich altyd vroom gedroeg, en naar zijne kleine gelegenheid goed arms 2) en milddadig was. Hy teelde by zyn tweede huisvrouw vijf zonen en zes dochters, en onder die elf was de Admiraal, wiens leven ons staat te beschrijven, het vierde kind, naar zyn vader- > lyken grootvader Michiel genoemd, en naar zyne

') Hield zich op. 'j Welgezind tot de armen.

Sluiten