Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgsraad en besloten onder zeil te gaan, maar toen kwam er weer een verzoek van den Koning om nog vier dagen op zijn vloot te wachten, hetwelk nogmaals werd ingewilligd. Doch na verloop van dien tijd werden ze door zwaar weêr opgehouden. Daarna werd opnieuw in den krijgsraad vastgesteld met den eersten '), bij weêr en wind, zee te kiezen. Terzelfder tijd ontvingen de Nederlanders betrouwbaar bericht uit Cadix aangaande de Spaansche vloot, met welke zij slaags geweest waren. Zij vernamen dat er twee van hun schepen in den grond waren geschoten, een Duinkerker en een Spanjaard, met een verlies van wel elfhonderd man aan dooden en gekwetsten. Voorts dat ze weer met zeven-en-twintig zeilen in zee waren. Hierop volgden zooveel stormen dat de Nederlandsche vloot voor Lissabon niet onder zeil kon gaan voor den 8sten Januari 1642. Men zette koers naar 't Vaderland, maar met luttel spoeds 2), door veel tegenwind en het verschrikkelijk onweder dat hen dagelijks overviel en zulke donkere luchten, dat ze somwijlen in eenige etmalen geen hoogte konden nemen, noch bij dag noch bij nacht. Eenige van De Ruiter's zeilen woeien aan stukken, zijn fok wel tot tweemaal toe, ook zijn voormarszeil en 't schip werd zoo lek, dat men gedurig pompen moest. De vloot was eindelijk door de langdurige stormen zoodanig verstrooid, dat zich den 19den der maand slechts vijf schepen in de nabijheid van Bevezier bijeen bevonden, „De Vice-Admiraal," „De drie Helden van David," „De Witte Engel," „St. Jacob" en het schip „De Haaze," gevoerd door De Ruiter, die met zooveel sukkelinge 8) en gevaren den 21sten behouden te Vlissingen aankwam.

') Zoo spoedig mogelijk. *) Voorspoed. s) Rondzwerven.

Sluiten