Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eener Historie te dienen, dat verzoek door een wonderbare zedigheid niet alleen afsloeg, maar meteen, om 't beschrijven van zyn leven te verhinderen, verscheidene van zijne dag- en gedenkschriften verscheurde. Hierdoor zyn vele wetenswaardige zaken verduisterd, die men nu moest halen uit het verhaal van anderen, die 't weleer uit zijn mond hadden of zelf ooggetuigen waren. Wij willen nu hiervan iets verhalen. Op zekeren tyd naar West-Indië varende, kwam hem een groot Spaansch schip in 't gezicht, 't welk hy zocht te ontwijken. Maar zyn voorzichtigheid werd aangezien voor vrees en de Spanjaard kwam des te stouter op hem af, meenende hem met volle lagen in den grond te schieten. Doch De Ruiter stelde zich, hoewel maar een klein koopvaardijschip voerende, zoo te weer, dat de andere naast hem zonk. Toen toonde hy zich even barmhartig als dapper, bergende een gedeelte van 't vyandelyk volk, met hun Kapitein, tot wien hy zeide: Zoudt gij my en myn volk wel zoo genadig hebben behandeld, indien gy myn schip in den grond hadt geschoten? Waar de Spanjaard stoutelyk op antwoordde: Myn voornemen was u altemaal te laten verdrinken. De Ruiter beval daarop hun allen buiten boord te werpen en liet de toebereidselen maken. Hierdoor zonk des Spanjaards hoogmoed en hy en de zynen leerden een andere taal spreken. Zy baden om hun leven, dat hun goedertierenlyk werd geschonken.

't Is ook geschied dat hy naar Salée in Barbarye willende, gewaar werd dat de Admiraal en OnderAdmiraal van Algiers, met nog drie roofschepen, daaromtrent op hem pasten. ') Hy desniettemin zyn

*) Op hem loerden.

Sluiten