Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet meer geven. Ik vermag myn meesters goed niet onder de waarde te verkoopen, sprak opnieuw De Kuiter. Hierover rezen hooge en scherpe woorden, waardoor De Ruiter te rade werd hem te laten aanzeggen, dat hij 't voor zoo'n lagen prijs niet kon geven, maar bereid was het hem te schenken. De Sant zeide daarop, hebt gij geen macht om uw meesters goed voor 't geen ik u bied te geven, en hebt gij macht om 't weg te schenken voor niets? De Ruiter antwoordde, ik mag 'tniet geven onder de waarde, om de markt niet te bederven, maar ik mag het, ter nood en om erger te ontgaan, weg schenken. De Sant die 't niet te geef begeerde, begon eindelek te dreigen. Weet gjj wel, sprak hij, dat ik u en uw schip, en al wat daar in is, kan nemen en behouden ? Dat weet ik wel, zeide de ander, maar zoo gij dat doet, zal de gansche wereld zien, dat men op uw woord niet mag betrouwen. Er bij voegende, ben ik een gevangene, zoo stel mij op losgeld, en ik zal zorgen dat men het betaalt. De Sant die nu toornig werd, verdubbelde zijn dreigementen. Waarop de ander eindelijk uitbarstte: was ik in mijn schip gij zoudt mij niet meer dreigen. Op die woorden liep de Sant, op zijn tanden bijtende, en stampvoetende, naar een andere kamer, zeggende in zijne taal: is 't niet jammer dat zulk een man een Christen is? De Ruiter, bij des Sants broeder, en andere grooten, blijvende staan, klaagde over 't ongelijk ') dat hem geschiedde: niet wetende of hij gevangen of vrij was, en of hij zou leven of sterven. Na een uur of twee te hebben gewacht kwam de Sant weer te voorschijn, doch nu heel bedaard, hem opnieuw vragende, of hij 't laken voor den geboden prijs wilde geven ? Doch als de ander bij zijn

') Onrecht.

Sluiten