is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeilde, omtrent een kanonschot boven de klippen, toen er geen kans was om te wenden of anders af te leggen, zoodat hy elk oogenblik verwachtte, dat zijn schip aan stukken zou stooten. Ook dankte hij God, die hem en de zijnen genadiglijk had bewaard. De stormen en orkanen, die hij op zijne reizen meermalen uitstond, waren verschrikkelijk; in 't bijzonder de drie orkanen in West-Indië, waar hij eens van zes- of achtentwintig, eens van zes- of zeventien en eens van zes schepen met zijn schip alleen overbleef en op eene wonderbare wijze door Gods voorzorg, toen al de anderen te gronde gingen, behouden werd. In een van die orkanen is het geschied, dat, toen hij aan land was geraakt, een boot met twee mannen door 't geweld der zee tot bij hem in 't bosch werd gesmeten en voorts met een dwarrelwind weêr in zee, maar dat die na een oogenblik nog eens werd opgelicht en op dezelfde plaats bü hem nedergezet, doch slechts met een man erin, die in zwijm lag. De andere was in zee gestort. Waarop hij toeliep, het touw vatte, aan een boom vastmaakte en den benauwde redde. Ook verhaalt men dat hij, tweemaal, wat laat in 't jaar, eens met vijf en eens met zeven schepen van Vlissingen naar St. Malo, Rochel en Bordeaux was uitgeloopen en met zijn schip alleen behouden thuis kwam, terwijl al de andere door winterstormen op klippen en zandbanken in stukken stieten, daar onder anderen ook zijn eigen broeder verongelukte. Door al deze uitgestane zwarigheden de zee moede geworden, had hij, nog bij 't leven van zijn tweede huisvrouw, die in het jaar 1650, gedurende zijn reis naar Sint Gruz in Barbarije, overleed, voorgenomen 't varen eerlang te staken en 't overige van zijne dagen aan land in rust door te brengen. In dit voornemen werd hij nog meer gesterkt

5