Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na zyn laatste reis als Schipper, in den jare 1651, naar de kust van Barbarije en de Karibisclie eilanden, gedaan. Want te Vlissingen teruggekeerd, begaf hy ziek in het begin van 'tjaar 1652 ten derden male in den echten staat met vrouw Anna van Gelder, weduwe van den Schipper Jan Pauluszoon en deze echtgenoote, die haar eersten man, in dienst van de Heeren Lampsens, evenals De Ruiter, varende, op 't eiland van Matanino, of Martinique, door ziekte had verloren, zocht nu den tweeden aan land te houden, vreezende voor een gelijk lot. Ook nam hy afscheid van zyne reeders, hun dankende voor de genoten gunst en besloot, aan land blijvende, van de middelen, die hy, in zoovele reizen, zoo zuur als eerlyk had gewonnen, gerust te leven. Maar kort daarna bleek aan hem hoe licht de menschelijke voornemens door eenig voorval veranderen, want de eerste Engelsche oorlog, die in het jaar 1652 een aanvang nam, belette zyn voornemen.

IV.

EERSTE ZEE-OORLOG MET ENGELAND, A° 1652.

Men zocht te dier tyd naar iemand dien men het gebied over de zeemacht, straks gemeld, kon toevertrouwen en de Heeren Staten van Zeeland wierpen het oog op De Ruiter, die daarover door eenige Heeren werd aangesproken, met het verzoek, dat hy het vaderland in deze gelegenheid zou ten dienste staan. Doch hy toonde zich gansch ongenegen en gaf hun zyn voornemen van voortaan niet meer in zee te gaan en rustig aan land te leven, te kennen. De Heeren hielden echter aan en beweerden dat hy, die zoo groote

Sluiten