Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dezen tyd afnam de Kommandeur, door wiens beleid en dapperheid, onder de goddelijke hulpe deze zege was verworven, menig zeemanshart in' en de naam van De Ruiter had hierdoor in dezen oorlog een doorluchtigen opgang.

De Ruiter kwam den 17den van de maand te Vlissingen by zijn vrouw en kinderen, God dankende voor zyne bewaring in de uitgestane gevaren en nam opnieuw het voornemen om niet meer in zee te gaan en zich aan den dienst van 't Land te onttrekken. Hij had nog dezelfde redenen en zwarigheden die boven zijn aangeroerd en die men, zyns oordeels, bezwaarlijk zou te boven komen. Daar kwam nog by, dat hy de afgunst en de nyd, de schaduw van groote mannen en hooge deugden, niet kon ontgaan. Eenige kapiteins, die nog onlangs met hem gelijk waren, zwollen van spijt, omdat hij hun boven 't hoofd werd gesteld en poogden zyne heldere faam met achterklap te bevlekken. Dit vermeerderde zyn onlust en hy zocht hun afgunst, met zich stil aan land te houden, te ontwyken. Doch eenige voorname Heeren, die 't heil des vaderlands ter harte ging en hem kenden, brachten zoo veel gewichtige redenen by, en hielden zoo ernstig en zoo lang aan, dat hy zich eindelijk liet bewegen om nog een tocht te doen. Terzelfder tyd begon men 't oog weêr te werpen op den Luitenant-Admiraal Tromp, die van 't bootsvolk evenzeer was bemind als De Wit gehaat, die ook geoordeeld werd de meeste bekwaamheid te hebben om over een groote oorlogsvloot te gebieden. Eenigen hielden zich ter zake van zijn voorgaande tochten niet voldaan, maar de meesten oordeelden dat men zijn dienst niet kon ontberen. Daarom werd in 't begin van November door de Heeren

Sluiten