Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepen vielen in 's vyands handen. Maar de Engelschen roemden, dat ze meer dan veertig koopvaarders hadden veroverd. Echter meenen sommigen, dat men dit getal aan de eene zijde verkleinde, en aan de andere vergrootte. Ook hadden de Engelschen wel twee duizend dooden, zoowel matrozen als soldaten in hun vloot, waar men acht of negen Kapiteins onder telde. Vyf of zes van hunne schepen waren gezonken of verbrand en vele andere had men zoo gehavend, dat ze onbekwaam waren om vooreerst meer dienst te doen. De Nederlandsche vloot kwam den 3den Maart, zonder dat haar eenige Engelschen volgden, omtrent de Vlaamsche zanden of banken, Ruitinge en de Polder genoemd, drie mylen ten Noordwesten van Duinkerken, ten anker. De Kommandeur De Buiter zocht hier alles, zooveel doenlyk was, aan zyn schip te hermaken en te herstellen, maar na den middag viel eerst zyn groote steng, daarna zyn bezaansmast en eindelek zyn groote mast, met al haar tuig, buiten boord. Den volgenden dag liet hy andere hoofdtouwen over den fokkemast leggen en richtte een stomp op, om nog eenig zeil te voeren. Ook hield hij den Kapitein Duim en den Schipper Kryn Mangelaar bij zich, om hem en nog een koopvaarder zonder roer, voort te sleepen. Dus kwam hy eindelijk, den derden dag na 't laatste gevecht, met zyn reddeloos schip en al zyn gewonden, voor Vlissingen. De andere schepen van 'sLands vloot, met de koopvaarders, over de honderd in getale, zyn desgelyks, in de zeegaten en havens van Hollanden Zeeland, behouden aangekomen. De Heeren Staten der Vereenigde Nederlanden betuigden, na 't inkomen der vloot, dat ze wegens het beleid en de kloekmoedigheid van den L.-Admiraal Tromp en van de andere Opperhoofden ter zee, in de voorgaande

Sluiten