Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaderlands te bidden. Tenzelfden dage, boven gemeld, 's morgens ten zes uren, was de Luitenant-Admiraal Tromp, ter hoogte van Scheveningen, met eenige schepen een groot stuk in den wind vooruit en schoot verscheidene schoten op de Engelschen; doch zij werden hem te wichtig '). Toen wendde hy 't naar De Ruiter en zeilde Noord-noordoost over. Men had toen te veel winds om te vechten. Dus kwam 's Lands vloot met ruw weder weêr voor de Maas. De wind was Noordwest en de Engelschen zeilden met de Nederlanders te loefwaart in hun water. Doch omtrent den middag begon men de vloot, onder De Wit uit Texel gekomen, van verre te zien, sterk zeven-entwintig oorlógsschepen en vier branders. Deze voegden zich 's avonds ten vyf uren, in 't gezicht van de Engelschen, die 't niet konden beletten, by 't gros van 's Lands vloot. Tromp, toen sterk honderd en zes zeilen, wendde het straks op de Engelschen aan, die, hem ziende genaken, dadelijk afweken. Hy volgde hen den ganschen nacht, met een vlakke koelte uit het Noordwest-tenwesten. Den volgenden dag, den lOden van Augustus, op een Zondag, raakten de twee vloten voor de Maas weêr aan elkander, omtrent vijf mijlen in zee, op de hoogte van ter Heide of Scheveningen, weinig mylen van de plaats, daar de visschers van Maaslandtsluis, op't einde van't jaar 1651, het zeegevecht in de lucht, indien men hun getuigenis en eed wil gelooven, hadden gezien. Het gevecht nam 's morgens ten zeven uren zyn aanvang. De Luitenant-Admiraal Tromp voerde de rechter- en de Kommandeur De Ruiter de linkervleugel. De ViceAdmiraal Jan Evertszoon was in 't midden. De ViceAdmiraal De Wit en de Schout-by-nacht Pieter Flo-

') Machtig.

Sluiten