Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noegzaam getal van schepen, om 't gemelde verdrag uit te werken. Vanwege Holland werd verstaan, dat indien buiten vermoeden de Koning van Denemarken dit voorgestelde mocht weigeren aan te nemen, dat men dan in 't bijbrengen van de dwangmiddelen met die omzichtigheid moest te werk gaan, dat daardoor de stad van Koppenhagen niet kwam te vervallen onder de macht van Zweden. Terwyl dit in Holland omging bleef men met 's Lands vloten, bjj den Draker ten anker, in de voorgaande onzekerheid stil leggen. Doch den lsten van Augustus bracht de Rjjkshofmeester, Joachim Gerstdorp, door eenige edelen vergezeld, op den middag order aan den Heer Van Wassenaar, dat de vloot naar de Beidt zou vertrekken, en na den middag kwam de Koning zelf aan't boord van den Deenschen Admiraal Bielke, daar zich ook de Heer Van Wassenaar en de Vice-Admiraal De Ruiter lieten vinden, aan wien zjjne Majesteit verzocht, dat men terstond in zyn byzjjn en gezicht, zou onder zeil gaan. Doch men moest, omdat de avond op handen was, 's nachts blijven leggen. Den volgenden dag gingen beide de Hollandsche en Deensche vloten, sterk omtrent zestig oorlogsschepen, met een groot getal van fluiten, galjoots, schoeten en ander klein vaartuig, van onder Draker zeil. De Heer Van Wassenaar voerde nu de vlag van de groote steng, de Vice-Admiraal Johan Evertszoon van de voorsteng en De Ruiter van de kruissteng. Zij laveerden eerst naar den uithoek van Zeeland, genaamd Steffenshof uit of by andere Steden en vandaar naar 't eiland Mone of Meun. Dan den derden van de maand kwam er een galjoot van Kopenhagen met brieven van de Heeren Gezanten Vogelzang en Van Haaren, den Heer Van Wassenaar bevelende, dat hy met de Hollandsche vloot tegen de Zweden niets zou onder-

Sluiten