Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ze tusschen Romso en den uithoek Rosnes, (dat is tusschen Funen en Zeeland) de verwacht wordende Hollandsche koopvaardij- en leeftochtvloot zouden waarnemen en die ontmoetende, ophouden en onder zijne vlag brengen. Tenzelfden dage kwamen dertig Zweedsche ruiters met hunne paarden bij de Denen over en het geheele Zweedsche leger vertoonde zich in 't gezicht van de Denen en Hollanders, maar toen die op hen aankwamen, weken ze weêr terug. Daarna voer De Ruiter met den Admiraal Bielke, den Kommandeur Kornelis Evertszoon en den Schout-bij-nacht Pieter van Braakel, aan land, bij den Veldmaarschalk Schak, daar besloten werd, dat men bij de oorlogsschepen, die voor Nyborg waren geplaatst, nog drie schepen, met al de Hollandsche fluiten en eenige schoeten zou zenden, met verdere order, dat al de schepen die bij Langeland en daar omtrent lagen, zich daarbij zouden vervoegen; om daar gezamenlijk met booten en sloepen de Zweden dag en nacht in alarm, en met den schijn van de stad te willen aantasten, op te houden, teneinde dat de Veldmaarschalk Schak te beter gelegenheid mocht hebben om met de ruiterij en 't voetvolk landwaarts in naar Odenseo, en van daar naar Middelvaartsond te trekken, daar men hoopte dat de Brandenburgsche, Keizersche en Poolsche volken, tot bijstand van Denemarken, zouden overkomen. Weinig dagen voor de landing der Denen en Hollanders op Funen, had zich de Koning van Zwaden, met eenige ruiterij, op 't eiland Falster begeven, om de nabijgelegen eilanden tegen allerlei overval te verzekeren. Voor zijn vertrek naar Falster scheen hij den Gezanten die hem tot vrede rieden, meer gehoor te geven dan voorheen. Doch men houdt'), dat hij met goede woorden

*) Gelooft.

Sluiten