Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche bende, door den Kolonel Van Meeteren geleid, en van eenige weinige Deensche ruiters ondersteund, met gevelde pieken twee Zweedsche krijgshoopen te paard van hun geschut dreven. Door dit treffen der Hollanders, en 't wy ken der Zweden, veranderde de kans. De Keizerschen, Brandenburgers, Denen en Polen, vielen met gelijken moed aan, en dreven de Zweedsche ruiters tot in Nyborg. Het voetvolk, van de ruiters ontbloot en verlaten, daar veel Finnen en Gothen onder waren, werd van de Polen omsingeld, en meest al terneder gesabeld. De Prins van Sultsbach en de Veldmaarschalk Steenbok, ziende dat alles verloren was, vonden niet geraden zich binnen Nyborg te laten besluiten, maar namen de vlucht, door zeker bosch, naar het strand, daar ze een visscher vonden, die, door belofte van geld bekoord '), hen, den volgenden nacht, nevens twee of drie dienaars, met zyn scheerboot a), naar Zeeland voerde. De Vice-Admiraal De Ruiter, die den Kapitein Verburg den 21 sten met zes oorlogsschepen weêr naar de kleine Helms en Schagen afzond, om de tweede leeftochtvloot, die nog uit Holland werd verwacht, waar te nemen en af te halen, ontving den volgenden dag een brief van den Veldmaarschalk Schak, met verzoek, dat hy met de vloot naar Nyborg zou zeilen. Hy ging omtrent den middag onder zeil, doch moest door hard weder met den avond een myl van de stad ten anker komen. Doch na middernacht bedaarde de wind, en weêr onder zeil gaande, kwam hy met den dag omtrent de baai of inham van Nyborg. Hier stelde hy order dat de Schout-by-nacht Van Brakel met veertien

') Verlokt.

*) Boot die in en tusschen de scheren vaart (scheren = banken die met twee uitstekende punten in zee loopen).

Sluiten