Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlogsschepen, en de koopvaardijvloot, onlangs uit Holland gekomen, naar Lubek zou zeilen, en vandaar de koopvaardijschepen, die naar Kolbergen en Koningsergen wilden, met vier oorlogsschepen tot omtrent het eiland Bornholm laten geleiden, met last, dat die vier schepen hem dan te Lubek zouden vinden waar hy eenige ingekochte leeftocht van brood, gort' boter en bier, zoowel in zyne schepen als in een' fluit en twee gaJjoots zoude innemen; voorts dat hij aldaar de komst van 'sLands oorlogsvloot zou afwachten. Brakel ging den 24sten tegen den avond onder zeil, en ter zeiver tyd hoorde en zag men op de vloot, door 't geluid en vlam der stukken en musketten, dat de twee legers aan elkander waren. De Ruiter liet toen drie Kapiteinen hunne ankers lichten, met last, dat ze benoorden Knoetshooft, of Knutshovet, dwars van de Schans zouden zeilen, of elders daar zy zouden oordeelen met gedurig schieten van hun geschut op de Zweedsche ruiters en voetknechten, den meesten dienst te kunnen doen. Zy liepen dicht onder 't land, en met den donker hield het schieten op, maar men zag toen eenige vlammen van brand opgaan. Den 25sten deê De Ruiter (dien de Veldmaarschalk Schak de uitkomst van den slag en 't vluchten der Zweden in Nyborg had laten weten, met verzoek dat hy de gemelde stad nu ook te water zou aantasten) voor dag sein om onder zeil te gaan. Aan de Kommandeurs Kornelis Evertszoon en De Wildt werd belast, dat ze zich, met den Kapitein Jan Thyszoon, nevens de Kapiteinen Van der Zaan, Sweers en Tuineman, benoorden Nyborg zouden zetten, en vandaar de Zweden beschieten Maar De Ruiter laveerde, met de andere schepen den mond van den stroom der stad, genoemd Slipshaven in, tot boven de schans Knutshovet, daar men zoo'

Sluiten