is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang op schoot, totdat de Zweden die, zonder weerstand te bieden, verlieten, en naar de stad vloden. Hierop zond De Ruiter zijn sloep, wel bemand, naar de Schans, die men ledig vond, en daar men 't Statenvaandel plantte. Men vond hier ook twee metalen halve kartouwen, die De Ruiter daarna met boots van land liet halen en aan boord brengen. Toen zeilde hy den stroom of haven dieper in, gevolgd van de Kapiteinen Van Amstel, Van Meeuwen, Van Berchem, Kramer, Richewyn, Niehof, Penssen, Houttuin, De Wit, De Vries, Roetering, Schatter, Mangelaar en De Boer. Zy kwamen in 't kort zoo dicht by Nyborg, dat men de kleinste stukken over de stad kon heen schieten. Toen wierpen al de schepen het anker op drie vadem waters, en brachten een sprink op het touw. De Kapitein Jan van Amstel lag met zyn schip de Provinciën, voerende veertig stukken geschuts, allerdichtst aan de stad. Weshalve de Vice-Admiraal De Ruiter, de Deensche Admiraal Bielke, en andere Bevelhebbers zich aan zyn boord begaven, om vandaar de gelegenheid en toestand der Zweden te beter te kunnen bezichtigen, en van naby op alles order te geven. Dus leggende, hief het donderen uit al 't geschut der schepen, die zoo na lagen, dat ze konden toereiken, op Nyborg aan, gelykelyk met heele lagen losbrandende, met lossen en laden, zonder ophouden, zooveel als 't metaal of yzer kon lyden; dat groote schade en nog grooter schrik baarde, in een kleine stad, zoo volgepropt door al de ruiters en soldaten, daar binnen gevlucht. Hoe kleiner stad hoe grooter drang ') en hoe grooter drang hoe wisser wonden. De groote kogels en yzere bouten troffen huizen, menschen en paarden. De daken

') Gedrang.