Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ül moest beraden en tot besluit komen, of hij zou de stad onder den voet en tot een steenhoop schieten. Hierop liet hy het schieten staken, doch toen men, zijns oordeels, niet haast genoeg terug kwam, weer aanheffen, als voren, zonder ophouden, totdat men hem straks daarna een brief van den Veldmaarschalk Schak bracht, meldende, dat zich de Zweden op genade of ongenade hadden overgegeven, en hem ten hoogsten bedankende, dat hy dat werk zoo kort had ten einde gebracht. Elf regimenten ruiters vielen toen in handen van de Denen en hunne bondgenooten, met wel drie duizend paarden. Onder de gevangenen waren twaalf Kornellen, en de Overste Wachtmeesters Hendrik Hom, Weyer en de Graaf van Waldek. De Hertog van Weymeren en Graaf Koningsmark waren in den slag gevangen. Deze overwinning was zoo volkomen, dat men van dergelijke weinig heeft gehoord, of in historiën gelezen; dewijl van het gansche leger des Konings van Zweden op Funen, voor den slag meer dan zeven duizend mannen sterk, behalven eenige weinigen, die zich misschien in bosschen en heggen verstaken, niet meer dan de twee Veldoversten, met twee of drie dienaren, dat men weet, zijn afgekomen, te weten de Prins van Sultsbach en de Veldmaarschalk Steinbok, gelijk verhaald is. Daarbeneven waren dit de beste en strijdbaarste krijgsbenden die de Koning had, en daar hy zich meest op betrouwde. Aan de zijde der Denen cn hunne bondgenooten waren in alles ongeveer vijfhonderd mannen gebleven, en daaronder acht Bevelhebbers van naam, met den Frieschen Kapitein Hemmema, voorts weinig Nederlanders, hoewel ze 't meeste spits hadden afgebeten. Ook gaven de Denen en anderen hun de eer, dat ze de voornaamste werktuigen der overwinning waren en de Zweden bekenden zelfs, dat

9

Sluiten