Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het de Nederlanders waren, die hun den doodsteek hadden gegeven. Dus werd Funen, naast Zeeland het grootste der Deensche eilanden, met al zyn steden en sterkten in vijftien of zestien dagen tyds veroverd, met omtrent honderd stukken geschut, veel ander oorlogstuig en meer dan honderd twintig vaandels en standaards. Ruim tweeduizend waren aan de zijde der Zweden gebleven, en het getal der gevangenen werd op vijfduizend begroot. De ruiters heeft men ten deele onder de Denen, ten deele onder de Keizerschen en Brandenburgschen ondergestoken. De stad Nyborg bezuurde 't lot des oorlogs en werd deerlijk door de Keizerschen, Polen en anderen, geplunderd, terwijl de Nederlanders gedurig in de wapens bleven. Vele gevangenen, ook eenige vrouwen, benam men al wat ze hadden, en liet ze in 't hemd staan, 't welk in dat Noordsch en koud gewest, in 't einde van November, niet veel min was dan hen dooden; want het deksel kan men, om te leven, zoo weinig missen dan het voedsel, 's Daags na 't overgeven der stad, werd de Vice-Admiraal De Ruiter, met den Admiraal Bielke, aan land ontboden, en van de Veldmaarschalken Eberstein en Schak en andere hooge Bevelhebbers, met heusche woorden voor den goeden dienst, met de vloot gedaan, bedankt. Ook hebben Eberstein en Schak de Kornellen Killegreuw, Van Meeteren en Ailva in 't bijzonder, wegens hunne dapperheid in den slag getoond, met dankzegging geprezen, met belofte, dat de Koning van Denemarken hunne diensten zoude erkennen. De Zweden vreesden dat de Vice-Admiraal De Ruiter, na 't winnen van Funen, de krijgsbenden der bondgenooten met de vloot in Zeeland zou overvoeren, om hunne overwinning te vervolgen en de Ridder Terion, Gezant van Frankrijk, meent, dat de Hollanders dit uit redenen van staat

Sluiten