Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ruiter s order, eenigen tyd Zuidoost op, om uit hun gezicht te blijven. Den llden October raakte de vloot voorbjj Groot-Kanaria, en liep tusschen dat eiland en Lancerota door, vervolgende haar koers naar Kabo Blanko, (een uithoek in Afrika, op de Westkust van 't landschap Arguyn, tusschen de Kanarische eilanden en Kabo Verde) die men den 13den in 't gezicht kreeg. Weêr en wind dienden naar wensch, en men zeilde, behoudens koers, met ongeloofelijken spoed. Ondertusschen liet De Ruiter op al de schepen onderzoeken of men geen Bevelhebbers, Stuurluiden, matrozen, en soldaten, of iemand anders kon vinden, die goed bericht konden geven van den toestand van Kabo Verde, opdat men zoodanige personen daarover nader mocht ondervragen. Maar nadat men eenige zeeluiden, door welke men kennis van die gewesten hoopte te bekomen, had ondervraagd, vond men niet dan een Kwartiermeester, dienende onder den Kapitein Pomp, die iets wist van de gelegenheid der sterkten, op het eiland van Goereede gelegen. Doch men vond geen Stuurluiden, noch andere zeeluiden, die op die kusten waren bevaren, of de ware gelegenheid van die landen wisten. Dat te verwonderen was, ten aanzien van het groot getal der zeevaarders, die zich hier bijeen vonden. In deze verlegenheid werd op de order van De Ruiter groote voorzichtigheid en vlyt gebruikt, om zich, in 't opdoen der kusten, buiten gevaar te houden. Hier moest men eveneens te werk gaan gelijk de ontdekkers en vinders van nieuwe Landen gewoon waren te doen. Men zond dikwijls sloepen vooruit, en wierp het dieplood, om te weten of men grond vond, en op hoeveel vadem; ook of er geen verborgen zanden, of blinde klippen lagen; men nam nauwkeurig acht op de strekking of 't vallen der stroomen, en

Sluiten