Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige gewapende booten en sloepen op de brandwacht, om te beletten dat men 's nachts geen goederen uit die acht schepen zou aan land brengen en zoek maken.

Deze schepen waren hier voor acht of tien dagen uit Engeland, met het gemelde oorlogsschip, aangekomen, en zouden de Nederlandsche West-Indische Kompagnie, buiten twijfel, veel afbreuk hebben gedaan, indien 't De Ruiter met de Hollandsche vloot niet had belet. Doch hetgeen omtrent die Engelsche koopvaardij schep en werd gedaan, ten aanzien van 't ontlossen der koopmanschappen en anderszins, geschiedde met groote bekommering en ongerustheid; want men twijfelde of De Ruiters last wel zoo ver ging: dewijl die medebracht, dat hij de schepen van de Engelschen, die zich op de kusten van Kabo Verde en Guinea mochten bevinden, voor zoo veel en zoo lang de zelve geen schade of ongelijk aan de forten, schepen, of onderdanen van den Staat hadden toegebracht, of kwamen toe te brengen, geenszins zoude kwellen, ofte in hunnen koophandel aldaar beletten. Doch hiertegen viel te bedenken, dat deze schepen, met geschut voorzien, in staat waren gevonden om 't eiland Goereê, 't welk de West-Indische Kompagnie was benomen, te beschermen; dat ze de Hollandsche vloot, indien 't hun aan geen macht had ontbroken, zekerlijk zouden hebben tegengestaan: en dat ze, ten dienst van de Engelsche Afrikaansche Kompagnie (die zoo groote vijandschap pleegde tegen de Hollanders) gehuurd, veel meer voor vijanden dan vrienden waren te houden. Ook had men hunne aanbieding van de goederen, die de Engelsche Kompagnie toebehoorden, over te leveren, niet kunnen afslaan; gemerkt de Hollandsche Kompagnie, door de Engelschen tevoren ten hoogsten was verongelijkt en beschadigd. Maar

Sluiten