is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ladders over de muren te klimmen en een granaat naar binnen te werpen. Daarop maakten ze haastig een opening, en 't volk trok, zonder verder tegenstand, naar binnen. Een van De Ruiters matrozen, Laurens Teuniszoon genoemd, haalde de Engelsche vlagge van 't kasteel, en Gerrit Jakobszoon, een matroos van den Schout-bij-nacht Van Nes, was de eerste die daar de Hollandsche vlag op plantte. weshalve zy daarna elk met een vereering van vijf en twintig gulden werden beschonken. Men vond op 't kasteel zeven ijzeren stukken geschut, schietende zes en acht pond ijzer, en niet dan elf Engelsclien. Het Opperhoofd lag machteloos en kreupel met twee krukken in een krib, de Koopman, nevens noch vijf of zes anderen, waren ook ziekelijk. Maar men meende dat eenige van de bezetting zich, met ettelijke Negers, over de muren hadden gebergd. Ook hadden de Engelschen al hunne koopmanschappen en lijftocht, vier dagen te voren, naar 't bosch en naar Koimantijn gebracht. Straks na 't bemachtigen van 't kasteel moest men al 't Hollandsch gelande volk weer tegen de Negers in ordre stellen, die toen, wel duizend mannen in getal, in 't geweer *) waren, en den strijd zochten te hervatten. Maar men bood hun 't hoofd met groote dapperheid, dreef ze ten tweeden male op de vlucht, en drong met eene tot in hun dorp, of Negerij. Deze was veel grooter dan de Negerijen aan Kabo Verde, of in Siërra Liona, en werd (op het aanraden van eenige Negers, die bij de Hollanders waren) in brand gestoken; omdat zich de vijandelijke Negers daarin verborgen, en daar sterk uit schoten. Zonder dat verbranden der Negerij zou men zich van de vijandelijke Negers niet hebben kunnen ontslaan; dewijl ze

') Onder de wapenen.