Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen. Want al het kruit en lont was nat geworden, en 't vuur uitgedoofd. Men zond dan in der ijl den Fiskaal Johan de Wit, De Ruiters schoonzoon, aan zyn boord om ander buskruit en lont te halen. De watervaten met drank voor 't volk waren ook meest alle door de zee aan stukken geslagen, zoodat hun alles ontbrak en wel twee uren voorby liepen eer ze ander kruit en lont kregen. Het kostte dan veel tyd en moeite eer men 't volk in staat en orde kon brengen om tegen vyanden te kunnen staan of vechten, en hadden de Engelschen toen macht of moed gehad, 't waar om aller leven gewed geweest. Ook heeft men De Ruiter toen hooren zeggen, dat indien ze slechts met tweehonderd man klaar en vechtvaardig hadden gestaan, en ten eersten op de gelande Hollanders waren aangevallen, zy die ongetwijfeld zouden hebben geslagen, maar dat God hen met verbaasdheid sloeg. Dan, anderen meenen, dat het groot getal der Fantynsche Negers, die toen de Hollanders begunstigden, hen de handen bond en dat ze te zwak van volk waren om 't gelande volk op 't strand tegen te gaan; ook ontbrak 't hun misschien aan goed bericht van de ongelegenheid hunner wederpartijen, daar in den oorlog veel aan gelegen is. Straks na 't landen kwam de Opperste der Negeren, die 's daags te voren de Hollanders tegenstonden en nu omgezet waren, hen verwelkomen. Eenige verhalen, dat de Engelschen van Kormantyn wel dertig duizend gulden aan goud onder de Fantynsche Negers hadden gespild, om ze van de Hollanders af te trekken, maar dat ze 't goud van de Engelschen namen en evenwel hun woord aan de Hollanders hielden. Middelerwijl had De Ruiter met zyn Krygsraad een brief aan Fran?ois Selwyn, Agent of Bewindsman der Engelschen in Guinea en Opperhoofd van 't kasteel Kormantyn, afgezonden, om

Sluiten