is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kormantyn, daar hij eindelijk den geest gaf. Dit was het einde van den moedigen en onversaagden Kabesse, die onder de zijnen en de Engelschen, ook bg de Hollanders, om zijne strijdbaarheid, een' grooten naam had verworven maar wiens onmenschelijke wreedheid den luister van zijne daden met vuile bloedvlekken besmette. Hij had zijn huis, dat overal met rood laken was behangen en op welks plat vier stukjes geschut lagen, onder 't kasteel en placht zich gemeenlijk in zilver te laten dienen. De Hollanders vonden op het kasteel, dat van steen gebouwd was en vier bolwerken had, acht-en-twintig stukken geschuts en daaronder drie van metaal en vier die van hunne roopaarden ') lagen, met acht-en-vijftig Engelschen, behalve hunne slaven. Eenige van hunne Negers waren in 't gevecht en twee of drie Engelschen op de batterij doodgeschoten en ettelijke gekwetst. Na 't overgaan van 't kasteel vielen de overwinnaars straks aan 't plunderen en bekwamen eenig goud, stoffen, kleeden, koperwerk en van alles. De Engelschen werden in 't hemd gezet en de buitzucht was onverzadelijk. Ter zei ver ure keerden de booten en sloepen, die omtrent Adja (uit voorzorg, om 't volk, indien de toeleg mislukt waar, in te nemen en te bergen) dus lang hadden gewacht, met de roeiers weèr naar boord. De Ruiter, Gode de eere der overwinning toeschrijvende, liet ten zeiven dage, 't was op een Zondag, die ten godsdienst werd geheiligd, terstond op zijn schip door den Predikant een hartelijke dankzegging doen en erkende de goddelijke hulp omtrent de verkregen zege. Daarop voer hij met den Vice-Admiraal Meppel en eenige anderen, naar 't kasteel, om ordre te stellen; maar

') Scheepsaffuit.