Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onthaalde. Men was hier zeer vrolijk, en elk toonde genoegen. Al de schepen praalden met al de vlaggen die ze hadden, en lieten uitwaaien, dat sierlijk stond. Na den middag liet de Heer De Ruiter de twee jachten of kleine fregatten, van de Kapiteinen Pieter Wijnbergen en Dirk de Munnik, Zwol en 't Hert, een spiegelgevecht houden: zij gingen tegen elkander aan, en gaven d'een den ander, in 't voorbij zeilen, met los kruit de laag: welk schouwspel dit Vorstelijk gezelschap meer vermaak scheen te geven, dan t aanzien van een stout matroos, die zich boven op den kloot van den vlaggestok der groote bramsteng begaf, en daar op zijn hoofd stond, stekende beide zijne voeten in de lucht, dat schrikkelijk was om te zien, en kwam weêr onbeschadigd omlaag. Omtrent het vallen van den avond voeren de gemelde Vorsten en Heeren, vergezelschapt met al de sloepen van al d'oorlogsschepen, weêr naar den Helder. Men had de Ruiters matrozen met omtrent honderd zilveren dukatons op den naam van zijne Keurvorstelijke Doorluchtigheid vereerd : ook zag men, toen de Heeren aan land kwamen, eenig goud en zilver onder 't volk te grabbel werpen.

XX. ZEESLAG BIJ DUINKERKEN EN NOORDVOORLANDT. (Vierdaagsche Zeeslag).

Op dienzelfden dag liet de Luitenant-AdmiraalGeneraal De Ruiter alle de Opperhoofden en Kapiteinen aan zijn boord seinen: hun met korte woorden en krijgsmans welsprekendheid, vermanende, biddende, en tegelijk ernstelijk bevelende, zich in 't aanstaande gevecht wel te kwijten. Zijn rede, geaard naar zijne

Sluiten