Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Westzuidwest, invoege dat daardoor het eskader van de L. Admiralen Tromp en Van Meppel, aan 't welk eigenlyk de achterhoede was geschikt, de voortocht kreeg. De L. Admiraal Tromp, die wat Zuidwestwaarts geankerd had gelegen en een weinig vooruit te bakboord van den Generaal De Ruiter was, raakte kort na den middag, omtrent ten een uur, met etlyke van zyn schepen eerst in 't gevecht en werd van de Engelschen rauwelyk onthaald; maar hy betoonde zich, in 't voorste en hevigste van den stryd, onversaagd en dapper; ook werd hy door zyne by hebbende Opperhoofden Meppel, Van der Hulst, Schram, Sweers, Stachouwer en de andere Bevelhebbers en Kapiteinen, mannelyk ondersteund. Daarop aanstonds ook het eskader van den L. Admiraal-Generaal De Ruiter en den L. Admiraal Van Nes, by order aan den vyand kwam; daar De Ruiter, volgens zyne gewoonte, weêr groote blyken gaf van kloekmoedigheid en beleid. De andere Opperhoofden en Kapiteinen, onder zyn eskader bescheiden, droegen zich zeer kloekhartig. De Engelschen hadden de wind en loef van de Nederlanders maar niet tot hun voordeel, dewyl hunne schepen, door den harden wind over bakboord vry hellende, de onderste lagen geschut niet konden gebruiken; vele konden te dier oorzake hun geschut niet vluchtig *) genoeg zetten en schoten dikwyls in 't water. De Nederlanders daarentegen konden, uit dezelve reden, in de ly hun onderste geschut zoowel als het bovenste gebruiken, als zy, over stuurboord zeilende, te loefwaarts uitschoten, daar zy hunne vyanden zeer door troffen. Als men gewaar werd dat de Engelschen by den loef, die ze van de Nederlanders hadden, nadeel leden, liet men hun den

') Een kanon vluchten = zóó stellen dat men hoog mikt.

Sluiten