is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven en bedrijf van den heere Michiel de Ruiter, Hertog, Ridder etc., L. Admiraal-Generaal van Holland en Westfriesland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemelde drie Kapiteinen kwalijk afgenomen, dewijl men oordeelde, dat ze te vroeg, en buiten ordre, uit de vloot waren gescheiden, en zich elders dan naar de beraamde en gestelde verzaamplaats, de Wielingen, hadden begeven. Gedurende 't gemelde gevecht op Vrijdag namiddag was ook het schip van den LuitenantAdmiraal Tromp aan zijn rondhout zoodanig beschadigd, dat het, bij ongeval een ander Nederlandsch schip aan boord rakende, al zijn masten en boegspriet verloor. Ook werd het schip van den Schout-bij-nacht Van Nes ter zeiver tijd zijn fokkemast afgeschoten: dus waren ze beide genoodzaakt op andere schepen over te gaan, Tromp op 't schip de Provincie van Utrecht, en Van Nes op 't schip Groot Hollandia, daar zij hunne vlaggen weer lieten waaien, en in 't betrachten van hunnen plicht voortgingen. Hunne mastelooze en reddelooze schepen werden, volgens de gegeven ordre, uit de vloot, en naar Holland gesleept. Middelerwijl waren twee Nederlandsche schepen, 't eene genoemd Duivenvoorde, dat gevoerd werd door den Kapitein Jonkheer Otto van Treslong, een van den Generaal De Ruiters bijstanders, en 't ander genoemd het Hof van Zeeland, daar de Kapitein Simon Blok op gebood, in den brand geraakt: beide, zoo men vertrouwt, door brandende proppen, die, uit hun eigen, of andere Nederlandsche schepen, geschoten, door de kracht van den wind weer terug en in de gemelde schepen werden gedreven. De Kapiteinen Treslong en Blok lieten hier, met een gedeelte van hun volk, het leven. Het schip van Treslong kwam al brandende met zijn galjoen en boegspriet zoo dicht aan 't schip van Klein Hollandia, ('t welk gevoerd werd door Kapitein Evert van Gelder, schoonbroeder van den Heer De Ruiter) dat het groot gevaar liep om daar aan vast en in brand