Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gens met een galjoot, onder bewaring van den Vendrig Elzevier, naar 's-Gravenhage opgezonden. Omtrent den tijd toen de Royale Prins op de Galper aan den grond vast raakte, tegen den avond, zagen de Nederlanders twee-en-twintig Engelsche oorlogsschepen uit den Zuidwesten aankomen, daarbij nog drie andere oorlogsschepen uit de rivier van Londen, zoo men vertrouwde, oft immers van de Engelsche kust, zijn opgekomen, makende te zamen een nieuwe hulpvloot van vijf-en-twintig schepen, daar Prins Robbert het bevel over had: die, gelijk men naderhand verstond, 's daags voor het begin van den slag met eenige schepen naar het Kanaal was afgezonden, om aldaar, en uit de havens van Portsmouth en Plymouth, nog eenige andere schepen by zich te verzamelen en alzoo gezamenlijk de Fransche vloot, onder den Hertog van Beaufort, (van wiens komst toen eenige geruchten liepen) om de West tegemoet te loopen en die te bevechten. Maar deze, geen Fransche vloot vernemende, en buiten twijfel, op het langdurig gevecht der twee vloten, terug ontboden, kwam nu de zijnen te hulp. Toen de Nederlandsche vloot hem zag naderen, stak het eskader van Zeeland en Friesland naar hem toe: maar hij ontweek hen en liep naar de Engelsche vloot, of het overschot derzelve, daar hij zich in den laten avond met zijne bijhebbende schepen bijvoegde^ Daarna voer de Generaal Monk aan 't boord van het schip de Royal James by Prins Robci t, hem verhalende wat in de drie voorgaande dagen was gepasseerd en toen werd in den Raad van de Officieren der vlag besloten, dat men den volgenden morgen 't gevecht zoude hervatten en dat Zyn Hoogheid Prins Robert met zyn versch eskader de voortocht zoude hebben. De Engelsche vloot was toen met die nieuwe hulp sterk zestig of een-en-zestig oorlogs-

Sluiten