Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de Engelschen drie en twintig oorlogsschepen hadden verloren, waarvan zeventien schepen waren verbrand, in den grond geschoten, of gezonken, en onder de zelve het schip van Askue, de Royale Prins, de Bul, en de Sint Paul van Zeeland; zes andere schepen zyn in Holland opgebracht: de Swiftsure, de Getrouwe Georg, de Zevenwolden, en de Gonvertine in 't Goereesche gat: en de Essex, met de Nagelboom in 't Texel. Deze opgebrachte schepen, met de Engelsche gevangenen, waren zichtbare en levendige bewijsteekenen van de overwinning, die men in Engeland nog poogde in twijfel te trekken; ja men gaf daar voor, zelfs in openbaren druk, dat de Nederlandsche vloot eerst de zee had geruimd en roemde over de overwinning. Ook werden te Londen in de kerken dankzeggingen gedaan en vreugdevuren aangestoken en andere teekenen van vreugde betoond, alsof men de overhand had gehad, tot geen kleine verwondering der genen die in 't kort tot nader kennis van de ware geschapenheid der zaken kwamen. Want men zag gansch geen blijk van overwinning, daar werd niet een eenig schip van de Nederlandsche vloot opgebracht, en niet dan zeer weinig gevangenen; want het meeste volk van de vier verbrande schepen van Treslong, Blok, Pieter Salomonszoon, en Uitenhout, waren door de Nederlanders zelf gebergd. Ook werden, behalven die vier, geen andere schepen in de Nederlandsche vloot gemist: daar de Engelschen zelf het verlies van ongelyk meer schepen in hunne gedrukte ty dingen moesten bekennen. Daarby kwam 't getuigenis van zooveel duizenden, die de vlucht der Engelsche vloot op den Pinkstermaandag met hunne oogen hadden gezien, en 't opkomen der dikke mist, die t vervolg belette: De Prins van Monako en de Graaf van Guiche, waren insgelyks ooggetuigen van de Engelsche

Sluiten