Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avond zijn de Ridders van Lorraine, Coaslin en Gavoy, niet een galjoot van zijn boord gescheiden, om naar Calais te varen, en van daar naar Parijs te reizen. De Ruiter heeft ter zeiver tijd 't geen in 't gevecht was voorgevallen met een brief aan hunne Hoog Mogenden bekend gemaakt: welke brief hier onnoodig is te stellen, omdat de inhoud in 't voorgaande verhaal genoegzaam is uitgedrukt. Des anderendaags zond hy twee galjoots, om tusschen de zanden van Walcheren en Schouwen, twee of drie mijlen ter zeewaart in, een kenning van elkander verspreid, te zien en te letten wat vijandelijke schepen zich daar onthielden. Daarna kwamen de Heeren Gecommitteerde Raden van Zeeland aan zijn boord, om naar de toestand van 's Lands vloot, en de uitkomst van 't gevecht te vernemen. Zij verstonden hoe de Generaal De Ruiter zich genoodzaakt had gevonden met zijn eskader, en dat van Evertszoon en De Vries, in te vallen, welke ramp, naast de goddelijke bestiering, (die de menschelyke zaken, en de uitkomst der aanslagen regeert en schikt) meest werd veroorzaakt, gelijk boven is aangewezen, doordien de eskaders, buiten zijn schuld, te ver van de anderen waren verspreid, en het vroeg sneuvelen van de twee Luitenant-Admiralen, die de voortocht aanvoerden; om hier van het laat aankomen en lang wegblijven der achterhoede niet te spreken. De Generaal De Ruiter, in de Wielingen gekomen, vernam nog geen tijding van den LuitenantAdmiraal Tromp, of van zijn eskader. De gemelde Tromp had, gelijk boven is gemeld, den ganschen nacht de blauwe vlag gevolgd, of vervolgd. Des anderendaags bevond hij zich met zijn eskader omtrent de Galper, en naderde de Engelsche kust, de blauwe vlag nog eenigen tijd volgende; maar ziende dat de Engelschen geen stand wilden houden,

Sluiten