Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem Temple, te dezer tyd Ambassadeur van den Koning van Groot-Britanië in 's-Gravenhage, desaangaande in zyne Aanmerkingen over de Vereenigde Nederlanden betuigt. Sprekende in dat schrift van 't geen den Staat groot maakte en deed toenemen, telt hy onder de oorzaken van haren opgang ') ook de nederigheid en zedigheid der Magistraten, en beroept zich op het voorbeeld van twee groote mannen, die ik niet vaneen kan scheiden, omdat ze de Ridder Temple bijeen voegde: te weten, den Luitenant-Admiraal De Ruiter en den Raadpensionaris De Wit. Ik zal zijn eigen woorden gebruiken: De nederigheid en zedigheid, zegt hy, was zoo groot, dat van de twee aanzienlijkste personen die in mijnen tijd in hooge bedieningen waren, de Luitenant-Admiraal De Ruiter en de Raadpensionaris De Wit, (den eenen b« de uitheemsche volken geacht voor zoo groot een Zeeheld, en den ander voor zoo groot een politiek ") als eenigen in hunne eeuw) ik den eersten heb gezien zoo slecht ®) gekleed gaan als een gemeen Zeekapitein, en niet meer dan met eenen knecht achter hem, en nooit in een karos. Wat zijn huis en huishouding belangt, dat was van buiten niet kostelijker van aanzien, noch van binnen heerlijker opgetooid, noch zijn tafel die hij hield, niet overdadiger dan die van eenen gemeenen koopman of winkelier in de stad daar hij woonde. Aangaande den Raadpensionaris De Wit, die in de Regeering vrij veel gezag had, de gansche sleep en kostelijkheid zijner huishouding ging gansch eenparig met de andere Gedeputeerden en Bedienaars van den Staat, zijn kleeding was statig, slecht en burgerlijk, zijn tafel voor zooveel als diende tot gerief van zijn huisgezin, of voor een vriend: zijn trein, 4) behalve

') Opkomst. s) Staatsman. s) Eenvoudig. ') Gevolg.

Sluiten