Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dewijl de rook en damp hem 't gezicht benam; maar toen 't wat opklaarde, zag hij ettelijke gezonken schepen, en vermoedde toen dat Braakel in den grond was geschoten. De Luitenant-Kornel Palm en de Schout-by-nacht Van Nes raakten toen by ongeval aan elkanders boord, en dreven zoo rondom, want ze konden door stilte niet vaneen komen. Doch Palm kwam ten anker, en toen raakten ze vaneen. Omtrent den middag viel het Engelsch schip de Koninklijke Gatharina, gemonteerd met tachtig stukken en gevoerd door den Kapitein Johan Ghichely, voor 't schip van den Luitenant-Admiraal Van Nes over staag, zoodat hy daar niet beneden, of kwalyk boven kon komen; dies dreven ze naar elkander toe, en hielden lang schutgevecht. Daar kwam een brander uit het smaldeel van Van Nes, roeiende en boegseerende den Engelschman aan boord, die de vlag van achteren streek, en zich zocht op te geven. Maar de brander raakte in brand, en de Luitenant-Admiraal Van Nes dreef met zyn achterschip tegen den brander aan, en liep groot gevaar van te verbranden, dewyl de brander tusschen hem en den Engelschman lag. Doch hy liet alle vlyt aanwenden om van den brander af te schaveelen ') en dreef zoo langs de zyde van den Engelschman af, eenige grondschoten 2) op hem schietende. Ook zette Ghichely den brander weer van zyn schip af. Van Nes, toen ziende dat zyn geschutpoorten aan stuurboord aan 't water lagen, zond den Kapitein Frangois van Aarssen, met het Fregat Utrecht, en den Kommandeur Wynant van Meurs, met het adviesjacht Rotterdam, naar hem toe, met last, om 't volk daaruit te halen, en 't schip in den grond te

') Zich uit den weg maken. *) Schot onder water.

Sluiten