Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgescheiden. Maar 't ontbrak den Engelschen aan hart: want die vijf schepen, en daaronder een ViceAdmiraal, in plaats van de branders, onder 't behulp van hun geschut en den rook, aan zijn boord te brengen, bleven, eer zij binnen schot waren, boven de wind hangen. Maar de branders waren stouter en kwamen evenwel op hem aan: waarop Almonde en de snauw, hun plicht betrachtende, zich tusschen De Ruiter en de branders stelden. De Ruiter, dewijl beide zijn sloepen in den grond of in stukken geslagen waren, zou de branders op zijn geschut hebben moeten ontvangen, Maar nu zocht hen Almonde met de snauw af te keeren; doch wat weer hij met zijn geschut en sloep deed om 't gevaar af te wenden, hij kon evenwel niet beletten dat de eene brander in zijn bezaanswant vast raakte. Toen hield men hem voor verloren: doch de brander eerst wat smeulende, had hij tijd om met de zijnen, door 't afkappen van zijn want, zich van dien brander los te maken, die, achter hem om drijvende, toen eerst zijn vlam begon op te geven en vruchteloos verbrandde. De tweede brander, dat ziende, was zoo stouthartig niet als de eerste, maar liep achter De Ruiter om naar den Schout-bij-nacht van de roode vlag, die nog in de lij van hem was. De Nederlandsche schepen die te loefwaart van De Ruiter waren naar hem toe wendende, werd het gevecht nog met groote stijfzinnigheid vervolgd, Men zag toen van verre dat het eskader der witte vlag, onder den Grave van Estrées, wel twee mijlen in lij van de Engelschen was afgezakt, en dat Bankerts eskader noch in goeden staat was en de wijkende vervolgde. Doch gelijk in de zeeslagen op verscheidene plaatsen, terzelfder tijd, of op verscheidene stonden, gevochten wordt en de rook het gezicht dikwijlB belet, zoodat men in 't eene eskader

Sluiten