Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of smaldeel veeltijds niet weten kan 't geen in 't andere geschiedt; zoo is 't ook onmogelijk in al die verscheidene voorvallen, in 't veranderen van koersen en in 't wenden en keeren, omtrent het vertellen der zeestrijden een nette orde te houden en niet somwijlen vroeger te verhalen 't geen later, en later 't geen vroeger geschiedde: veel minder kan men te gelijk verhalen 't geen op verscheidene plaatsen teffens voorviel: 't welk ook plaats heeft in 't volgende verhaal van 't geen verder omtrent het smaldeel van den Luitenant-Admiraal Van Nes op dezen dag is voorgevallen.

Toen de Luitenant-Admiraal De Ruiter het 's namiddags met de Engelschen om de Zuid had gewend, kreeg men wat meer koelte uit den Oostnoordoosten en de Luitenant-Admiraal Van Nes sloeg een nieuw marszeil aan, dewijl 't oude van de ra was afgeschoten, scheurende van onder tot boven. Ter zelfder tijd zag hij Kapitein Brakel in onmacht leggen en zond Kapitein Aarssen, die met zijn fregat weer bij hem was gekomen, om hem met een touw uit den vijand en verder uit de vloot naar Zeeland te sleepen. Hij had op zijn schip, daar 't bijna alles aan stukken was geschoten, honderd-en-vijftig zoo dooden als gekwetsten en was zelf gewond. Den Kapitein Niklaas Boes, voerende het schip Jaarsveld, was zijn groote mast afgeschoten en zijn fokkemast aan stukken. Hij vraagde den Luitenant-Admiraal Van Nes wat hij zou doen? Van Nes zeide, dat hy zijn best moest doen en blijven buiten de Engelschen. Toen verzocht hij gesleept te worden. Maar Van Nes zei dat hij zichzelven moest redden, dewijl er geen meer fregatten bij zijn smaldeel waren. Te dier tijd kwamen eenige Engelsche schepen voor Van Nes en de schepen die bij hem waren, overloopen: daar hij

Sluiten