Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweemaal de laag, waarop de Engelschen toen afweken en achter De Ruiter om hielden. Op die stonde 7*as de Vice-Admiraal der blauwe vlag wat te loefwaart met zes of zeven schepen, die naar den Schoutby-nacht Van Nes wat afhielden. Deze was ten eenemaal reddeloos geschoten, en de Luitenant-Admiraal Van Nes, hem ziende in dat gevaar, hield het naar de Engelschen toe, en kwam zijn broeder te hulp. De vyanden staken toen straks by de wind, en de Schout-by-nacht Van Nes werd weer bij 's Lands vloot gebracht, en naar Zeeland gesleept, maar hy ging met zyn persoon over op 't schip van Kapitein Laucourt, en bleef daar zyn plicht betrachten. Toen kwam Van Ghents schip, en andere schepen van zyn eskader, naar De Ruiter toe, en de Engelschen van de roode vlag zijn toen gewend, en liepen boven Van Nes heen: de Engelschen der blauwe vlag, die aan ly van hem waren, leiden 't ook om de Noord, en voegden zich by degenen die te loefwaart van hem waren geweest. De Nederlandsche schepen onder De Ruiter, Van Nes en Van Ghent, voegden zich toen, gelijk boven is verhaald, bijeen, en leiden 't om de Zuid. De Engelschen toen om de Noord van hun afloopende, scheidde de nacht dit stijfzinnig gevecht. De Luitenant-Admiraal Bankert, die de witte vlag had bevochten en aan 't wijken gebracht, voegde zich, volgens zijn plicht, nog denzelfden avond met zijn eskader weer by de vlag. Hij was aan zyn been gekwetst, en moest ettelijke dagen 't bed houden. Dus nam 't bloedvergieten van dien bekommerlijken dag en hachelyken strijd, daar 't toen al aan hing, een einde, en men hoorde de Luitenant-Admiraal De Ruiter verklaren, dat hy veel zeeslagen had by. gewoond, maar nooit in scherper en langduriger gevecht was geweest. De Luitenant van den Admiraal

Sluiten