Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcO cn O*

Montagu, die, na 't verbranden van zijn schip, gelijk verhaald is, op De Ruiters schip was gebracht, en daar alles wat daarna, tot laten avond toe, was voorgevallen, met zyn oogen had gezien, kon zich niet genoeg verwonderen over 't beleid en dapperheid van den Nederlandschen Admiraal. Ook heb ik uit een ooggetuige, dat hij, 's avonds met De Ruiters Luitenants en andere officieren etende, als er van den Admiraal werd gesproken, zich niet onthouden kon van hem met openhartige woorden hoog te prijzen, en eindelijk, als opgetogen in verwondering, tot hen zeide: Is dat een admiraal I Dat is een Admiraal, een Kapitein, een Stuurman, een matroos en een soldaat. Ja die man, die held is dat alles te gelijk. Eenigen verhaalden, dat hij dien dag op zijn schip alleen 25000 pond buskruit had verschoten, en omtrent 3500 kanonschoten gedaan. Ook was zijn schip zeer beschadigd aan masten, raas en zeilen. Hij had ook ettelijke schoten onder water. Op zijn schip waren omtrent dertig dooden, en zooveel zwaar gekwetsten, die meest arm- of beenloos waren, behalven de mindere gekwetsten, die geen nood hadden. Zeker matroos, die op de bak zijn arm was afgeschoten, kwam als een wind alleen omlaag loopen, en aan de kombuis komende, daar 't druk werk was met andere gekwetsten in te laten, riep hij met een forsch gemoed en stem: Sta ruim. Hoe staat gij hier en hoetelt? ') al was een kaarl den kop afgeschoten, gij zoudt daar niet een hand aan slaan, en daarmede wipt hij met een sprong naar beneden, 't Verdere getal van dooden en gekwetsten op de andere schepen, heb ik, bij gebrek van aanteekeningen, niet kunnen

') Wat staat gij hier te knoeien!

Sluiten