Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgenden dag. Hier was nu voor ieders oogen gebleken wie gisteren de meeste eer had bevochten: dewijl men de Engelsche en Fransche vijanden nu weer openlijk ten strijde had gedaagd, en zich vechtvaardig had getoond, daar zij 't gevecht met de uiterste zorgvuldigheid hadden gemijd. Gedurende 't gemelde vervolgen der vijanden had De Ruiter gemerkt, dat de eskaders van Bankert en Zweers wat te verre van het zijne, en de schepen wat te wijd van de anderen waren verspreid, weshalven de Ruwaard, met advies van De Ruiter, hun bij geschrift door eenig vaartuig order zond, zich in 't een en 't ander wat beter te sluiten: opdat de vijanden geen gelegenheid mochten vinden om door te breken: doch indien zij dat echter mochten doen, dan zou men, werd er belast, van Bankert of Sweers, wie van beide best kon, verwachten dat hij met zijn eskader daar tegen aan zou wenden, met hope dat men, elkander zoo te hulp komende, nog wat goeds zou verrichten, was 't dien dag niet, het waar dan den volgende. Dienzelfden dag is Kapitein Adriaan Teding Berkhout, uit het Noorderkwartier, met het schip de roode Leeuw, gemonteerd met vierenveertig stukken, onder de vlag aangekomen, en nog een brandschip uit de Maas. Den 9de Juni, 's morgens voor dag, wendde De Ruiter Oost-Zuid-Oost over, met groot gevaar van zijn masten te verliezen, zoo waren ze in 't gevecht doorschoten. De Ruwaard en De Ruiter oordeelden, dat men 't met 's Lands vloot naar de Zeeuwsche kust zou wenden, inzonderheid om twee redenen: eerst, omdat verscheidene schepen zeer weinig kruit en scherp over hadden, 't welk daar bekwaamlijk ') kon toegezonden worden. Ten anderen, opdat men met de vijanden op 's Lands kust mocht

') Gemakkelijk.

Sluiten