Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Barbier over veertien dagen, of drie weken, tot «Dordrecht bij mijn broeder is gekomen, dat hy «denzelven alleen heeft willen spreken, dat hy ook «is binnengelaten, doch dat de huisvrouw van myn «gemelden broeder zijn dienaar gelast heeft aan de «deur van de kamer wat op te passen, en te letten «of de voorschreven persoon ook iets onbehoorlijks «tegen haar man zoude mogen willen ondernemen, «welke dienaar nu weet te zeggen, en ook voor Com«missarissen van den Hove onder eede verklaard «heeft, dat hy, staande in manier voorschreven aan «de deur, gehoord heeft, dat de voorschreven Barbier «opening wilde doen van eenige secrete zaken, en «dat daarop bij zijn Heer was geantwoord: is het «wat goeds, zoo moogt gij het wel openen, en ik «zal u met hart en ziel fecondeeren; maar is het wat «kwaads of onbehoorlijks, zoo moet gy het zwijgen, «want ik zou het aanstonds aan de Regeering of "Justitie bekend maken; dat, daarover eenige pro«poosten gewisseld zijnde, de voorschreven Barbier «eindelijk gezegd heeft: dewijl ik dan zie dat mijn «Heer de opening niet en zoekt te ontvangen, zoo »zal ik het by my behouden; en dat hy daarmede «brusquement afscheid genomen heeft. Welk voor«schieven gepasseerde mijn voornoemde broeder aan«stonds bekend gemaakt heeft aan den Secretaris «van 't Gerecht van Dordrecht, die hij expresselijk «bij hem ontboden had, met verzoek en begeerte om «daarvan ook aanstonds aan den Heer Burgemeester «communicatie te geven, zooals mede is geschied; «bovendien heeft mijn voornoemde broeder hetzelve «nog doen aandienen aan den Stadhouder van den «Officier, of Onderschout, (dewijl de Schout zelve »mede ziek te bed was leggende) om de persoon van «de voornoemde Tichelaar op te zoeken, gelijk hij

Sluiten