Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook van zijn persoon hadden doen opvatten, dat hU in goeden gemoede niet anders kon oordeelen of de verlenging van zijn dienst zoude aan de gemeene zaak ondienst toebrengen... Ter gelegenheid van zijn ontslag schreef hy aan den Luitenant-Admiraal De Ruiter deez' aanmerkelyken brief, die w# hier invoegen, hoewel wat later gezonden.

WelEdele, Gestrenge Heer.

Het subiet overgaan van de steden aan den Rijn, het doorbreken van den vijand aan den IJsel en het totaal verlies van de Provinciën van Gelderland, Utrecht en Overjjsel, bijna zonder tegenweer en door eene ongehoorde lacheteit of poltronnerye, zoo niet ten regarde van sommigen ook verraderij, heeft mij meer en meer geconfirmeerd de waarheid van 't gene eertyds op de Republiek van Rome gepast werd, „Prospera omnes sibi vindicant, adversa uni imputantur ')", zooverre dat ik ondervonden en gezien heb, dat het Batavische volk niet alleenlijk alle de voorschreven rampen en desastres heeft willen schuiven op mijne schouders en dat het zich nog niet en heeft gecontenteerd met mij ongewapend te hebben zien vervallen onder de handen van vier gewapende personen, die mij, zooveel in haar vermogen was, hebben gemassacreerd, maar dat zij, mij door Godes wonderlijke bestieringe uit hare handen levendig geeschapeerd, en van mijne ontvangen kwetsuren met der tijd wederom genezen en hersteld gezien hebbende, tegen alle hare Magistraten en Overheden, die zij' oordeelden in den Staat eenig gezag of directie te

') Den voorspoed schrijft ieder zich toe, den tegenspoed wijt men een enkele.

Sluiten