Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derd-en-dertig vijandelijke zeilen, maar 's avonds, toen ze wat beter uit elkander geankerd lagen, wei honderd en in de veertig. Gelijk de stilte dien dag het vechten belette, zoo werd het den volgenden dag door hard weder verhinderd. Daar stak een storm op uit den Zuidwesten, met dikken regen, zoo dat beide de vloten in elkanders gezicht, twee mijlen van den anderen, ten anker bleven leggen. Men vierde de kabels, streek de voorstengen, piekte l) de groote en fokkera, en verscheidene van 's Lands schepen gingen de ankers deur *), door dien de grond zoo los was. Des anderen daags was de gansche Nederlandsche vloot nog by een, en de wind stak nog meer op; zoo dat verscheiden kabels braken, en ankers verloren werden, en men merkte van ver dat het de vijanden niet beter hadden: want men zag van de steng, dat ze in de orde gelijk ze ten anker waren gekomen, niet en lagen, en dat verscheiden schepen van hunne ankers waren verdreven. Op dien dag werd op den Heer De Ruiters schip het Avondmaal des Heeren gehouden. Hij verstond, dat men, de vijanden in 't gezicht hebbende, daarom die plicht niet moest uitstellen: maar zich door 't brood en den wijn des heiligen Nachtmaals ook naar de ziele sterken, om allerlei gevaarlijkheden te rustiger door te staan. Den vijfden had men nog hard weder. De Luitenant-Admiraal De Ruiter zond toen een besloten brief aan ieder lid van den Krijgsraad, hun afvragende, of men daar op Schooneveld, op 'tvoordeeligst leggende, den eersten aanval van den vijand zoude afwachten, volgens 't geen den dertigsten Mei, ten overstaan van de Heeren Lodestein en De Wildt,

') De raas in 't kruis zetten.

) De ankers van verscheidene schepen raakten los.

Sluiten