Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

véchten kwam de Kommandeur Van Meeuwen met het schip De Spiegel van Amsterdam, negens den Kapitein Jan Pieterszoon Vinkelbos met het fregat De Windhond, uit Friesland by de vloot. De Heer De Buiter, middelerwijl ziende in wat orde en op wat wijze Prins Robbert met het roode en Spragmethet blauwe eskader op hem en Bankert zocht af te komen, hield het, nevens Bankert, om zich van elkander niet te laten afscheiden, ook Noordoostwaarts henen, tot omtrent ten twee uren na den middag. Toen oordeelde by dat de tijd en gelegenheid daar was om Zuid over te wenden en liet daartoe sein doen en den Luitenant-Admiraal Tromp met een adviesjacht daarvan kennis geven, om insgelijks te wenden. Na 't wenden raakte De Buiter met zijn eskader tegen 't roode eskader, onder Prins Bobbert en vervolgens Bankert tegen het blauwe eskader, onder Sprag, in een scherp gevecht. De Buiter lag toen met ettelijke schepen tusschen des vijands branders en Prins Bobbert en veel andere vijandelijke schepen in, en h\j boorde met Bankert dwars door de Engelschen henen. Maar hij met meer geluk dan Bankert. Want waar h\j met zijn schip De Zeven Provinciën vuur gaf maakten hem de Engelschen plaats en weken voor zijn geschut. Waarop hij tegen iemand, die toen op zijn schip was, zeide: De vijanden hebben nog ontzag voor de Zeven Provinciën. Doch den LuitenantAdmiraal Bankert werd zijn voorsteng en groot marszeil afgeschoten en zijn eskader raakte wat in onorde, daar De Buiter acht op nam en, naar hem toeloopende, hem ontzette en de orde herstelde. Te dier tijd kwam een Fransche brander op den LuitenantAdmiraal Van Nes af, doch viel achter hem om en liep naar een ander schip, zonder iets te verrichten. Bankert bij De Buiter geraakt, kreeg men de Engel-

Sluiten