Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een zware tandpijn, koliek en 't graveel, dies rieden eenigen dat hij 't daar op behoorde te nemen '), en zich van dien tocht, uit reden van zijn pijnlijke ongemakken, te ontslaan; maar hij zeide, ik zal dien tocht doen, al zou men mij naar 't schip dragen. Doch daarna, bekomen en weêr gezond geworden, gaf hij in 't nemen van zijn afscheid klaarlijk te kennen, dat hij zijn laatste tocht ging doen: zeggende tegen zekeren hartvriend: mijn vriend, ik zeg u adieu, en niet alleen adieu, maar adieu voor eeuwig: want ik denk niet weêr te komen. Ik zal op dezen tocht blijven. Ik voel 't. In 't scheiden van zijn huisvrouw, dochter, schoonzoon, en andere vrienden, werd geen kleene ontsteltenis en beweging van droefheid bespeurd: want zijne groote en ongewoonlijke bekommering ontstelde hunne gemoederen, en scheen hun eenig genakend ongeluk te spellen. Dat ook hunne vreeze niet zonder reden was, heeft de uitkomst der zaak sedert geleerd. Den 24sten van Juli verscheen hij ter vergadering van hunne Hoog. Moog. en op een gemeene a) stoel zonder armen nedergezeten, heeft hij aan hunne Hoog. Moog bekend gemaakt, dat hij vaardig was om zich naar 's Lands vloot te begeven, aanbiedende daarnevens zijn onderdanigen dienst. Hierop heeft hem de Heer Willem van Nassau, Heer Van Odijk, ter vergadering voorzittende, vaarwel en geluk op zijne reis gewenscht, met bevel van allenthalven den meesten dienst van 't Land te betrachten. Daarmede hij wederom is afgegaan. Hij schreef twee dagen daarna aan Don Andrea d'Avola, Prins van Montesarchio, Admiraal van de Kroon van Spanje, dat hij, zijn afscheid van de Heeren Staten Generaal genomen hebbende, op zijn vertrek stond naar Helle-

') Het daarop moest schuiven.

') Gewone.

Sluiten