Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

306

de zee had gevaren, nooit zooveel rampen aan de zeilen had gehad als in deze reis. Dat hy uit negen kabels, hem medegegeven, twee touwen was genoodzaakt geweest te doen uitkappen, die ten eenen male verlegen, verstikt, en tot geen dienst bekwaam waren Dat de nieuwe zeilen met rottig garen, en, zoo hy' geloofde, meest door jongens, zoo onsterk genaaid waren, dat op een dag twee voormarszeilen, behalve nog nu en dan eens een, uit de lyken en aan stukken zyn gewaaid, daar alle de andere Amsterdamsche schepen, zonder eenig ongeluk, met hunne marszeilen bleven zeilen. Daarbij voegende, dat degene die zulke zeilen leverde niet waardig was haar Ed. Mog. Collegie langer te bedienen; dat het wel geen groote schade was, dat de zeilmaker zoo zyn onrechtvaardige beurs vulde; maar dat men by 't gevolg van dien s Lands schip, en al de zielen die er op voeren, in de waagschaal stelde; byzonderlyk wanneer men (dat God wilde verhoeden) op een lager wal kwam te vervallen; want dan moesten 't de zeilen alleen, naast de goddelyke hulp, daar afhalen. Met dit beklag en waarschuwing zocht de Heer De Ruiter s Lands schade in 't toekomende te verhoeden, en zich van zyn plicht te kwyten.

De Heer De Ruiter, met den Kapitein Andringa en twee snauwen, voortzeilende, kwam denzelfden avond in de baai van Galari of Caillery, nog ten anker. Hier verstond hy uit den Nederlandschen Consul, Albert van de Water, die zich aan zyn boord liet zetten, dat de Vice-Admiraal De Haan op den twaalfden November aldaar was aangekomen, en, zich van alles voorzien hebbende, den drie-en-twintigsten

Sluiten